bene van eeghem blog

Het dubbeldessert

Hoera, hoezee en halleluja voor die zeldzame, wonderlijke weekavonden. Waarop je écht niks aan je hoofd hebt. Waarop de kroost uithuizig is, alle plichten vervuld zijn en de grenzeloze vrijheid lonkt. Het zijn die momenten waarop je de kookplicht negeert, elders voeten onder tafel onder schuift en denkt: laat het voedsel tot mij komen!

Op zo’n zeldzame avond – de lente zorgt voor milde temperaturen – sjees ik met mijn stalen ros stadinwaarts. De culinaire halte is een ‘meeting spot’ die alle leeftijden verwelkomt. Waar de vibes van 2019 de gezapigheid van onze Hanzestad overvleugelen. Er zit sfeer én schoon volk in de zaal als ik binnenstap.

‘Kan ik u helpen, mevrouw?’, vraagt een alerte ober prompt. ‘Iets eten of iets drinken?’

Beide, zeg ik. En of ik ergens mag aanschuiven?

Hij knikt: uiteraard. Er is nog plek daar op de hoek, aan de lange tafel naast de bar. Ik nestel me discreet, scan het menu en plaats de bestelling: een glas wijn en een salade van het huis. De bereiding ziet er lekker uit op papier, ik gok dat ze ook in het echt zal smaken. Na een vluchtige blik op mijn smartphone – niks dringends aan de hand met de wereld – diep ik een boek op uit mijn rugzak en duik in een brok heerlijke literatuur. Half verdiept in het verhaal hoor ik het meisje naast me fluisteren:

“Ze is alleen.”

Wijzen doet ze net niet, maar ik weet dat ze ’t over mij heeft. In mijn ooghoek zie ik haar lief aan de andere kant van de tafel de schouders ophalen: who cares, dat ze alleen is? Niks bijzonders, toch? Ik deel zijn mening en glimlach beleefd als onze blikken elkaar wat later kruisen. Wanneer het koppel verder keuvelt, lees ik verder. En dan duikt de alerte ober op, dit keer met een royaal gevuld bord in de hand:

“De salade van het huis, mevrouw, voor u. Laat het smaken!”

Ik bedank hem en begin aan een bescheiden koningsmaal. Het geroezemoes in de zaal is stemmig. Ik geniet, terwijl het meisje naast me gedurig een bizar ongemak moet overwinnen. Ze vindt het nog steeds gek, die dame die eet zonder tafelgenoot. Haar lief pikt de signalen op en leidt haar af, met smalltalk en met zijn smartphone. Er is nog steeds niets dringends aan de hand met de wereld.

Wanneer de salade en mijn glas wijn verorberd en geleegd zijn – lekkers verdwijnt altijd te snel – ben ik heel even in dubio: nog een dessert bestellen? Bewaak ik het budget of verlies ik mezelf in de calorieën? De laatste optie is de meest onweerstaanbare: ik sommeer de ober opnieuw en vraag om een crema Catalana. Goeie keuze, beaamt hij, en of er nog koffie bij moet? Ik knik.

Terwijl ik geduldig op de laatste gang van mijn eenpersoonsdiner wacht, zit het buurmeisje nu zelf op de smartphone te tokkelen. Haar ongemak is wijlen. Ze glimlacht na het swipen naar haar tafelgenoot. Er heerst kalverliefde in kwadraten, met twee touchscreens daartussenin.

Maar het perfecte geluk blijkt van korte duur: als mijn dessert op tafel komt, ben ik als single plots de bofkont. De ober schotelt me niet één, maar twee potjes crema Catalana voor. Voor ik iets kan zeggen, pikt hij zelf in:

“Het is niet dat ik het er wil inwrijven dat je hier alleen zit, hoor. Maar de kok had de potjes minder royaal gevuld dan anders. Dus geef ik er twee voor de prijs van één.”

Ik schiet in de lach. Hij voegt er meteen nog aan toe:

“Denk er een knappe vent bij, dan smaakt het dubbel zo lekker. Aangezien hij hier nu niet zit, heb je ook dubbel zo veel. Tof hé?”

Ik schaterlach, steek mijn duim op. Mijn dubbeldessert is een gedroomde bonus tijdens het alleen tafelen. Mijn vreugd kan niet op. Het buurmeisje heeft het ook in de smiezen, glimlacht en denkt heel misschien : “Ik wou dat ik op haar plek zat. Maar mijn lief heeft er vanavond een stokje voor gestoken.”

Gelukkig is er verder niets dringends aan de hand met de wereld.