bene van eeghem blog

Nie doen! Die gaat u…

De goeie ouwe tijd van rekenen en vlijt. Die van Fixkes hebben er eens een lieke over geschreven. Over dat het vroeger allemaal zo anders en precies schoner was. Wat waar is, in zekere zin. Vroeger was er meer adem en hoefde het niet allemaal zo direct.

Je moest nog wachten op iets wat een absolute meerwaarde had. Wachten op ‘het nieuws om zeven uur’ en niet: online al 16 versies geraadpleegd hebben overdag. Wachten op dat lief, met een kop vol verlangen en heerlijke gedachten en niet: al 35 sms’en gekregen hebben in de laatste 3 uur. Maar bovenal: wachten op concerttickets. Want die bestelde je telefonisch, of je ging ervoor in de wachtrij staan. Letterlijk, bij de platenboer, in the next big city. (mijn thuisstad Knokke had geen echte platenboer – of hij deed in elk geval niet aan ticketverkoop voor het plebs).

Nog letterlijk zien gebeuren: mensen die elkaar voor de deur van Bilbo Brugge eerst omhelsden en daarna net niet de ogen uitkrabden, toen er 1000 tickets verpatst werden voor een Iers combo, geleid door Paul Hewson. Ik stond in die rij, zweette mijn deel uit en kuste bij ontvangst letterlijk twee blitse ‘kaarten’. Full colour, met hologrammen, en daarop in vette letters: U2 Zoo TV Tour Werchter 1993. Duizend frank per stuk.

Twee decennia later moet je voor een optreden van datzelfde combo ergens banaal inloggen, wreed veel nagels afbijten, een toetsenbord stukslaan en uiteindelijk een half maandloon neertellen. Met creditcard, uiteraard. In ruil komen er geen blitse tickets, maar slechts een vel papier. Zelf printen, die handel. Het hologram heeft plaats geruimd voor een nietszeggende barcode. Het lettertype op het document getuigt zelden van creativiteit. De magie is wijlen, en dan ben je nog niet eens in de concertzaal geraakt.

Maar er zijn uitzonderingen. Zo hoestte mevrouw Van Eeghem recent een bedrag van 50 neuro’s op (dat is eigenlijk tweeduizend frank, en dat heet vandaag “een spotgoedkoop concert”) voor alweer 2 tickets. De gegeerde artiest: Hozier. Ook Iers, maar met minder allures dan Hewson en co. En eigenlijk ook beter bij stem. En wat nog gekker is: dat mijn gezellin en ik voor dat bedrag gewoon een mail kregen, waarmee we ons moesten melden aan de ingang van de concertzaal. Waar we tickets konden afhalen. Echte tickets, mon Dieu! Ik wist even niet waar ik het had.

So it went. Zondag jongstleden pikten we aan de AB-kassa onze oldschool tix op. Dik papier, met scheurstrook, mét hologram en mét een logootje. Dat er nog een barcode naast stond, bedekken we uiteraard met de mantel der liefde. Net zoals die vintage tickets had ook de show van Hozier (is het nu eigenlijk Hozie-jer? Of Hoo-zjee?) iets authentieks. Pure muziek, the real thing, gedragen door een klok van een stem. U heeft er de recensies vast al op nagelezen. Geen trukendoos vol effecten, maar zuivere schoonheid op de notenbalk. Hozier is de nieuwe Elvis, met het uiterlijk van een zeer slanke Demis Roussos. Dat rààkt elke vezel van het vege lijf.

Waar het desondanks even fout ging: toen onze achterbuur voor de elvendertigste keer zijn smartphone opviste om het optreden te filmen. Waarbij hij tijdens een kwetsbaar moment ongegeneerd gebruik maakte van de verstraler, voor betere belichting. Het vloekte met de magie van de beleving. We hebben het verdragen tot aan de Van Eeghemse reactiegrens, tot ik lichtjes lichtjes borrelend mijn eigen smartphone opviste, de spot aanswitchte en die bruusk onder de neus van de filmer duwde: “Kap ermee, jong!”

Mijn gezellin: “Bene, nie doen! Die gaat u…”
Hij: “Euh…”
Maar de spot gíng heus uit, en het filmen stopte.
(ik besef vandaag dat ik aan een mogelijke in-mekaar-timmering ben ontsnapt, met die move. Maar Hozier is me er vast dankbaar voor.)

Ach, in de goeie ouwe tijd was het geen waar geweest. Concerten bijwonen was echter, het was analoog, we lived the moment. Geen clandestiene filmers, geen peperdure optredens, geen inkomticket op een waardeloze A4. We staken tijdens een topoptreden hoogstens twintig keer nen briekee in de lucht in een rokerige stinkzaal, verschroeiden daarmee wat polshaartjes en ontsnapten zonder het te beseffen telkens aan een inferno. Terwijl we in platgestampte bekers, troep en plakkerigheid stonden te zweten als dassen. Dat was stukken gezelliger. Authentieker. Leuker. Toch?

2 antwoorden
  1. jan zegt:

    je bent nog geweldiger dan Hozier, Bene, en ik kan het weten want ik heb Hozier nog nooit live gezien.

Reacties zijn gesloten.