Ik zit er óók tussen!

“De meeuwen in Oostende hun cholesterol staat zo hoog dat ze van vadsigheid uit de lucht vallen.”

De boutade van Piet de Praîtere – met West-Vlaams accent – doet me een halfuur na zijn show nog schaterlachen. We zitten in Oostende, ’s mans thuisstad, de Koningin der Badsteden. We hebben ruim anderhalf uur van de pot gerukte humor verteerd tijdens een stand-up-show en begeven ons bij het avondlicht nog even richting zeedijk. Geen zonsondergang schoner dan die boven het eindeloze sop.

We stranden in wat ‘wellicht het kleinste restaurantje op de promenade’ wordt genoemd. De chef serveert enkel lokale visvangst. Een menu bestellen lukt rond deze tijd niet meer, maar de ober van dienst is bijzonder gastvrij. Ze doet teken dat we alsnog dat tafeltje met zicht op zee mogen inpalmen, buiten. Een laatste glas kan er ook nog vanaf, zelfs al is het op dit adres niet zo gebruikelijk. Wie halt houdt, eet hier in principe.

We zijn de uitzondering die de regel bevestigt.

De keuze is snel gemaakt: een glas wit en een lokale tripel. Nog geen minuut later staan de twee consumpties al op tafel. Ik betaal per grote uitzondering cash – biljetten die ik elders toegestopt kreeg en waar ik liefst vanaf wil. De ober is instant blij, want zo hoeft ze die dekselse bancontact niet te herstarten en wat-wil-je-nog-allemaal.

“Ge zie gieder hèèle lieve menschen”, zegt ze in onverbloemd Oostends.

We beamen, en zeggen dat dat zo is omdat we uit Brugge komen: Bruggeling, sympathiekeling. Hoe heet ze, willen we graag weten?

“Hayed!”, zegt ze fier. “En dan zegt iedereen: moh, Hayed? Niet van hier zeker? Toch wel! Ik ben hier geboren maar ik ben half… Marokkaans!”

Ze vertelt het vol jolijt, en rekt de laatste lettergreep van ‘Marokkaans’ extra uit. Het werkt aanstekelijk.

“Hayed, dat is de natuur”, voegt ze eraan toe. “En ik heb nog een broer en een zus. Weet je hoe die heten?

We schudden het hoofd.

“Nidal en Nasr! Nidal, dat is de strijder. Nasr, dat is de helper. Ik ben de natuur. Man, dat is toch prachtig?”

Haar ogen blinken van levenslust, intussen neemt ze in vlekkeloos Frans afscheid van het tafeltje naast ons. De gasten hebben voortreffelijk gegeten: “Merci à vous, et à la prochaine fois!”

Hayed vertelt tussen het afruimen, stoelen opeenstapelen en tafels verschuiven door nog over hoe alles verandert in deze stad. Hoe de Opex-wijk vroeger verpauperd was maar nu stilaan hipper wordt. En hoe de buurt waar zij woont, wat van zijn pluimen lijkt te verliezen. Veel afval op straat tegenwoordig, het ligt er vaak verwaarloosd bij.

“Maar kijk, ik zit er óók tussen, en dat maakt veel goed!”, schaterlacht ze.

Ik bekijk discreet de tattoos op haar armen. Talloze minuscule tekeningen vol symboliek. Hayed vertelt een levensverhaal in pennentrekken, jovialiteit en gulheid. Het is even poëtisch als het avondrood dat hier elke minuut intenser kleurt.

Wanneer we nog wat later afscheid weer nemen, zwaait ze ons uitbundig uit. “Ge zied olsan* welkom hé, zeker voor ’t eten!” luidt het in het Oostends. We nemen akte van de uitnodiging en beloven dat we zeker nog terugkeren.

Een etmaal na onze ontmoeting ontmoet Hayeds thuisland Marokko, Brazilië als tegenstander op het WK voetbal. Geen idee of ze gekeken heeft en Ismael Saibari zag scoren in de 21ste minuut. Indien niet, dan heeft ze met al haar spontaniteit weer een hoop tafelgasten een deugddoende avond bezorgd, daar in het ‘wellicht’ kleinste restaurantje op de promenade. Om het in haar eigen woorden te zeggen: dat is toch prachtig?

(*Oostends voor ‘altijd’)