bene van eeghem blog

Unvalentine

Neen, we zouden er niet in meegaan, in de Valentijnsgekte. We zouden er een soort poëtische middelvinger naar opsteken. Dat was het plan en we hebben het vakkundig ten uitvoering gebracht. We, dat zijn nichtjelief en ik. Van Eeghem in het kwadraat. Uw gebeitelde garantie op een avond vol absurditeit, telkens weer. Zodoende hebben wij als twee vrijgezellen de 14 februarihype geconsumeerd, terwijl we eigenlijk lak hebben aan platte commercie. Aan zeemzoeterige fake-sfeertjes en momenten waarop iedereen overdreven verliefd doet, terwijl er daags nadien mogelijk geen streep genegenheid meer aan te pas komt.

Met die no-nonsense attitude hielden we zaterdag eerst halt bij de plaatselijke Griek. Een gerenommeerd restaurant, een goeie culinaire traditie en een vriendelijke bediening daarbovenop. Wat kan een mens zich nog meer wensen op een *kuch hoest blaf snotter* hyperromantische avond? De toon was prompt gezet toen wij in de menukaart snuisterden, en achter ons een koppel opmerkten dat met de dochter – 8 jaar, daaromtrent – ‘hun’ Valentijn kwam vieren. Ze zaten nog maar aan de porto en er viel werkelijk al geen woord meer te zeggen. Geen gespreksonderwerp, en nog minder blijken van affectie. De man staarde verveeld naar de gipsen fresco’s aan de muur (Akropolis: check) en de vrouw frunnikte aan haar placemat (geweven riet: check) tot dochterlief begon te jengelen omdat ze op haar iPad wilde spelen. De vrouw brieste (letterlijke woorden): “Hou ermee op! Je verpest de sfeer!”.

Op dat moment hielden nichtjelief en ik het al niet meer. We bladerden schokkend van het lachen verder door de menukaart, en beslisten zonder veel debat dat we voor het volledige Valentijnsmenu zouden gaan. Yes! De geveinsde slijmerigheid! De keuze maakten we met enig gevoel voor drama, terwijl de luidsprekers aanhoudend enerverende bouzoukimuziek produceerden.
Het nichtje: “Liefje, heb jij ook zin in het Valentijnsmenu?”
Ik: “Oh schat, ja. Maar kunnen wij drie gangen aan?”
Het nichtje (met zwoele blik): “Jaaaaah….”
Ik: “Oké, maar dan wel Gin Tonic in plaats van Griekse porto als aperitief. En ze moeten die gangen hier niet te rap na elkaar serveren. Dat verpest de sfeer.”
(lachen gieren brullen. Terwijl de rest van de Akropolis ons aanstaarde als waren wij twee Vestaalse Maagden met een psychische stoornis.)

Wat later – we lurkten al aan onze gin tonic en discussieerden over waarom de mensheid kickt op het fenomeen ’50 tinten grijs’ – waaide nog een koppel het eivolle restaurant binnen. Ik dook prompt met mijn hoofd in een servet, omdat de vrouw leek op de ambassadrice van www.ikbreimijnondergoedmetlamawol.be en haar eega zich in 1837 voor het laatst geschoren en gekamd had.
Mijn nichtje: “Maar liefste, wat scheelt er?”
Ik (tranen in de ogen van ’t lachen, fluisterend): “Z’en ier twè neanderthalers binnen hesmeten vènt!”
Het nichtje keek om, barstte ook in een lachbui uit en we concludeerden dat een dergelijke verschijning de sfeer pas écht verpestte. De uitbater moet er vast hetzelfde over gedacht hadden, en stuurde het duo wandelen. Wegens: Hellenistische Herberg volzet. Ook op Valentijn moet een mens al eens keiharde beslissingen nemen.

Na het aperitief deden nichtjelief en ik ons als twee tortelduiven tegoed aan een mezze, waarbij we calamares en dolmades lieflijk in elkaars bord legden en daar een bedje van sla, ajuinringen en een partje tomaat (rood! kleur van de liefde!) naast drapeerden.
Nichtjelief: “Oh. Maar zo mooi, schat, die compositie.”
Ik: “Ja. Maar nu wil ik dat je zwijgt en eet. Anders verpest je sfeer, darling.”
Nichtje: schokschouderen. Lachen. Proesten.

Een moussaka, een Valentijnsdessert (hartje in roomijs!) en een fles spuitwater later stonden we voldaan op de stoep voor de Akropolis. We besloten onze Unvalentine Evening verder te zetten in de enige bruine kroeg die in La Morte open blijft na 23 uur. Strak plan, want we werden warm onthaald en mochten ons aan de toog nestelen voor verder vertier.
Ik: “Wat drienk je, moksje? E hloazen boteram?
Nichtjelief: “Joak. En gie? E witte rebbe?” (streektaal voor Hoegaarden)
Ik: “Yes. Romantisch é zeg, azzo tussen al die menschen. Kunn’n d’er nie van over!”

Na drie “rebben” en glazen boterhammen zagen we in het café een enigszins beschonken dame ongegeneerd een lapdance plegen op haar geliefde tijdens “I won’t let you down” van PhD. De man had zich 14 februari vast een tikje anders voorgesteld en staarde in het ijle. Nichtjelief en ik richtten na deze markante scène onze blik op de staande klok in het café. Middernacht. We hadden op Valentijn weer geen lief aan de haak geslagen. Balen, verdorie.