bene van eeghem blog

E hoe joenksje

Feit: op restaurant gaan is genieten. De voeten onder tafel schuiven en een bord lekkers voor je neus zien verschijnen na een uitgebreid aperitief: close to heaven. Als dat bord ook nog eens met liefde en engagement geserveerd wordt, kan mijn dag niet meer stuk.

Dat genot hebben we vorige week ten volle mogen, naja, smaken. In een restaurant dat geen Michelinsterren houdt, niet op Tripadvisor vermeld wordt en ook niet streeft naar luxe. Naam van het etablissement: De Pas Partout. Locatie: hartje Brugge. Concept: een sociaal restaurant, waar wij een slordige negen euro neertelden voor dagverse keuken. Wie het minder breed heeft, betaalt nog minder. Het fantastische aan dat democratische eethuis is bovendien dat mensen met een zogenaamde ‘beperking’ de bediening voor hun rekening nemen.

(Even terzijde: het woord beperking, wie is daar ooit mee op de proppen gekomen? En waarom? Omdat ‘handicap’ stigmatiserend klinkt, of zoiets, of omdat we daar onterecht uit afleiden dat iemand met een handicap compleet hulpbehoevend is. Daarom zeggen we liever: beperking. Terwijl er op deze aardbol natuurlijk niemand rondloopt die géén beperking heeft. Dat officiële label is dus relatief. Laten we het voor het gemak maar gewoon over mensen hebben.)

In de Pas Partout serveren mensen dus zes dagen op zeven dagschotels en weekmenu’s in een fantastisch kader. Toen wij er binnen wandelden op een zomerse zaterdag, kregen we prompt een tafeltje op de eerste verdieping toegewezen. Nele was onze dienster en wist één ding: klanten laat je niet wachten. Je hoort ze royaal en hartelijk te bedienen. Ze las de dagschotels en keuzemenu’s met enige moeite af van een post-it en tikte toen met grote zorg onze bestelling in op haar elektronische drager, na wat nagelbijten en zuchten. Drie gerechten én twee porties soep registreren: dat is niet niks. Maar het lukte. Na het gerikketik meldde ze fier dat ze alles correct had doorgegeven. Of we ook wat wilden drinken? Water? Dat kon, het was gratis en het werd in twee kruikjes op tafel gezet. “Als er niet genoeg is, moet je het zeggen,” voegde Nele er een beetje streng aan toe. Waarna ze pareltjes zweet van haar voorhoofd depte.

Nog geen vijf minuten later stond de soep op tafel. Véél soep, want Nele wou in geen geval dat wij honger leden. Drie grote scheppen kregen we in het bord gelepeld. Of dat genoeg was? Ik stelde haar gerust: “Meer dan genoeg, dame. Wij hebben nog een hoofdgerecht te verteren hierna.” Ik onderstreepte ook dat ze zich niet te druk moest maken. We hadden echt tijd. Ze glimlachte en zei: “Ja, sorry, ik ben zenuwachtig. Ik moet aan zo veel denken.” (Ze moest verschillende mensen bedienen, natuurlijk, en ze wou dat uitzonderlijk goed doen. Zo’n gemotiveerde werknemer lijkt me een geschenk uit de hemel voor elke zaakvoerder.)

Vanwege de coup de feu en wat onzekerheid liet Nele even later een kruikje op de grond vallen. Ze schrok, al stoorde het incident me voor geen meter. A casa sneuvelt er bijna dagelijks vaat bij ons. De kinderen weten dat al lang en zeggen dan laconiek “Mama, op een dag gaan we geen borden meer hebben.” Toch werd het voor Nele even te veel. Ze moest traantjes verbijten, ze had gefaald en vond dat niet oké. Haar chef kwam haar gerust stellen. Veegde de scherven bijeen en liet iedereen rustig verder eten. De soep smaakte intussen geweldig.

Nele besloot nog wat later dat onze lege borden plaats mochten maken voor het hoofdgerecht. Er verschenen drie porties pasta met verse zeevruchten, in een heerlijk roomsausje met versnipperde peterselie eroverheen. Ze wenste ons smakelijk eten en herhaalde dat we het écht moesten zeggen als er nog iets nodig was. (ruimte in de maag, lieve Nele, bedacht ik glimlachend. Véél ruimte.)

Ook na de pasta werd er extreem goed voor ons gezorgd. Nele noteerde koffie voor mij (of daar slagroom in moest? Ik bedankte. Iets van calorieën en overdaad die schaadt.) Mijn tafelgenoot kreeg pêche melba geserveerd, met drie grote bollen roomijs en een bérg slagroom erbovenop. Er zijn restaurants zat waar je vandaag voor een supplement slagroom een halve euro neertelt. Wij kregen voor een slordige zes euro extra zoetigheid toebedeeld, zomaar. Heftig vond ik dat.

Toen we het dessert achter de kiezen hadden, kwam Nele zorgvuldig afruimen. Vraag: of het gesmaakt had? We beaamden. Ze zei dat ze dat onmiddellijk in de keuken zou rapporteren. “En de chef zal blij zijn!” We glimlachten, bedankten haar voor de inzet en gingen afrekenen aan de kassa. Terwijl de bonnetjes daar bijeen geteld werden, hoorden we Nele nog even stuntelen. Er sneuvelde een tweede kruikje. Het werd haar te machtig en ze vermaande zichzelf: “Nu is het genoeg geweest hé!”. Waarop de kassierster glimlachte. “Onze Nele toch,” zei ze. “Ze heeft vandaag haar dagje niet. Mo ’t is e hoe joenksje.”

In het schoon Vlaams heet dat: een meid met een goede inborst. Een brave ziel. En dat, mijn gedacht, veegt meteen elke vorm van beperking van tafel. Als u eerstdaags nog eens in Brugge bent, ga langs bij De Pas Partout. Laat u de dagverse verzorgde keuken, het fijne interieur én de unieke bediening welgevallen. U zult in de uren daarna geen hongergevoel meer hebben en met een tevreden gemoed buiten stappen. Bij voorbaat: smakelijk eten.

Website Pas Partout