bene van eeghem blog

Hebt ge de wc’s al gezien?

Voor één keer zitten we die avond niet doodgewoon aan tafel thuis, of in een volkse brasserie om de hoek. Nichtje en ik zijn te gast op een luxefeest in kwadraten. De drank vloeit rijkelijk, het niveau van de hapjes is navenant. We badineren tussen geroezemoes en mobiele riedeltjes in alle toonaarden.

Ze serveren ons achtereenvolgens een miniquiche van exquise tomaatjes en echte mozzarella. We degusteren rillette van Angusbeef met geroosterde amandel en ontdekken hoe een carpaccio van coquilles met wasabi, amandelkrokant en passievrucht smaakt. We goochelen rechtopstaand met blinkend bestek, breekbare schoteltjes en bijhorende servetten.

De gasten die aan de overkant van ons tafeltje staan, zijn ook onder de indruk. Zij heeft haar schoonste deux-pièce uit de kast gevist, hij heeft voor de gelegenheid een das geknoopt – met beperkt succes. Ze doen zich tegoed aan hetzelfde lekkers en glunderen na elke hap. Dit is pas écht chique en “we mogen van geluk spreken dat we erbij kunnen zijn. ’t Is toch waar hé, madam?”

Ze kijkt in mijn richting, ik knik voorzichtig. Waarna ze haar smartphone uit een ietwat smakeloze handtas vist en zich ongegeneerd op de sector van de food photography werpt.

“Daar maak ik nu toch een foto van, zeg. Dat ze het thuis zien, hoe we hier in de watten gelegd worden.”

Haar eega kijkt bedenkelijk terwijl ze het zegt, maar dat kan haar niet deren. Ze zet kleine volle bordjes voor de lens en schuift de lege discreet opzij. Een nanoseconde later is het beeldmateriaal al verstuurd naar het thuisfront, dat alleen maar kan dromen van deze culinaire decadentie.

“Ze gaan nogal verschieten, zeg”, onderstreept de kakelverse fotograaf. “Ik heb gezegd dat we elk hapje al twee keer gekregen hebben en dat er nog komt! Gratis en voor niets!”

Het heeft iets van leedvermaak maar haar voorspelling blijkt correct. Even later strelen een tartaar van tonijn met Granny Smith, vitello tonnato met burrata en artisjokhart en een parel van Schotse zalm op een mousse van dille onze smaakpapillen. We genieten, gratis en voor niets. De man tovert daarop zijn reflexcamera vanonder tafel: er moeten meer foto’s gemaakt, vindt hij.  Want ook het hele decor is hier verbluffend. De vrouw beaamt heftig knikkend terwijl ze een spatje gemorste cava van haar smartphone veegt.

“Hebt ge de wc’s trouwens al gezien?”, vraagt manlief haar vervolgens. “Speciaal, jong, met rood licht en al. Ge zou bijna peinzen dat het, allez ja, ge weet wel, voor de madamtjes van ’t plezier is. Ik ga daar straks ook eens een foto van maken!”

Terwijl hij het zegt, verslik ik me net niet in het laatste vezeltje Schotse zalm. Niet dat ik iets heb tegen sfeerbeelden, maar als de wc’s tijdens het eten de orde van het gesprek uitmaken, voel ik spreekwoordelijke nattigheid. Nichtje aan mijn zij voelt het net zo aan. We grinniken discreet en besluiten korte tijd later ‘dat we ook maar even naar de wc gaan’.

Het kleinste kamertje vinden blijkt hier helaas nog moeilijker dan een amuse gueule zonder gesmos naar binnen werken. Uiteindelijk belanden we met aanwijzingen van het personeel waar we moeten zijn: in een zone die volledig in rood licht baadt. Ik stap de afdeling ‘dames’ binnen, schrik me een hoedje en barst instant in een schaterlach uit.

“Wat scheelt eraan?” vraagt nichtje.

Ik kan niet antwoorden omdat de aanblik danig absurd is en de zotste gedachten aanwakkert. Hier hangt een rij nieuw gemonteerde hypermoderne toiletten, netjes op een rij, zonder enige vorm van scheiding. Het decor nodigt uit om te gaan zitten, maar ik doe het niet. Kan niet. Want vrouwen gaan – zo wil het cliché – altijd getweeën naar de wc. Maar gevijven zonder tussenschotten onze broek laten zakken en de kraan laten lopen? Daar is de wereld – geserveerd op een bedje van dillemousse, vitello tonnato en Angusbeef – eilaas nog niet klaar voor.

(foto voor de eeuwigheid – met dank aan Julie)