Mensenvlees eten
Ooit ‘Alive’ gezien? De film over de vliegtuigcrash in de Andes, begin jaren ’70 van de vorige eeuw? Wie het verhaal kent, onthoudt één ding: dat de overlevenden het hebben gehaald door mensenvlees van overleden medepassagiers te eten.
Het is 2026 als ik in een flits weer even aan ‘Alive’ denk. En aan een hoop andere dingen die ertoe doen in mijn leven, terwijl ik niet weet of ik die bij leven en welzijn nog terugzie. Ik zit op vlucht VY6815 richting Firenze.
Voor alle duidelijkheid: ik ben geen drama queen of hysterische kip. Ik heb geen vliegangst. De G-kracht bij opstijgen vind ik dolle pret, en naar de aardbol kijken vanop duizenden meters hoogte geeft mij rust. Maar wanneer turbulentie en schokken acuut gaan overheersen in het zwerk, piep ik toch anders.
Vlucht VY6815 hangt eind maart rond 11.00 uur in het Italiaanse luchtruim. We moeten nog even de Apennijnen over, dan is de eindbestemming in zicht. Bergen zorgen altijd voor ‘gesjokkel’, dus ik panikeer niet als onze Airbus plots kuren krijgt. Er is een luchtzak, het toestel kantelt wat, maar verder niks aan de hand.
Dan komt er nog een luchtzak, een héle grote. En een keiharde bonk. En iets wat een mislukte poging tot salto door de piloot lijkt. En dan nog een bonk. Waarna alle lichtjes aangaan: “fasten seatbelts”, roept de stewardess om, “en niet rondlopen als het niet hoeft”. Iedereen gehoorzaamt.
Alweer een bonk. Een zwenk. Een zoveelste luchtzak. Zelfs ik die vliegen leuk vind, besef: dit is heftig. In het diepste van mijn ziel wil ik dat het toestel rustig rechtdoor gaat, richting Firenze. Maar dat lijkt het vooral niet te doen en ik zie dat zelfs de cabin crew in crisismodus gaat. Toiletten worden afgesloten, iedereen moet blijven zitten. Mededelingen klinken militair doorheen het hele vliegtuig. Dan weer een luchtzak, en tientallen passagiers die beginnen tieren.
Ik besef dat er niks aan te doen is, dat de bemanning handelt naar best vermogen en dat het ‘hopelijk’ goed komt. Maar bij de volgende luchtzak en nog een bonk neemt paniek het van me over. In de eerste plaats omdat ik geen kotszakjes in de leuning van de zetel voor me zie, terwijl mijn croissant van 10.00 uur zich een weg naar boven baant uit mijn lijf.
De paniek zwelt nog aan wanneer de Japanse dame links van me, mijn arm vastgrijpt. Ze staat doodsangsten uit en verwacht dat ik de zaak oplos. Ik ben gecharmeerd door het blinde vertrouwen, maar moet haar teleurstellen. We’re in this together. Het meisje rechts van me is aan het bidden geslagen, terwijl ze daarnet nog een roddelblad vol beroemde nitwits doorbladerde.
VY6815 baadt in angstzweet. Niemand zegt nog iets, het vliegtuig blijft sjokkelen en ik lever strijd om die croissant binnen te houden. Ik denk: misschien zie ik mijn kinderen en mijn lief nooit meer terug. Of het appartementje waarin ik net spaargeld investeerde. Of misschien moet ik wel MENSENVLEES ETEN zoals in ‘Alive’ als het écht fout gaat. En dan maken ze een film over mij, die de ontbering in de Apennijnen overleefde.
Ik overloop 101 doemscenario’s met gesloten ogen. De Japanse dame nijpt intussen steeds harder. Ik probeer krampachtig het hoofd koel te houden.
Misschien smaakt mensenvlees zo slecht nog niet.
Misschien is dit gewoon een droom.
Misschien is mijn leven voorbij, maar is sterven niet zo erg.
Een kwartier later is de rollercoaster écht voorbij. We landen netjes op de luchthaven van Firenze. Ik open mijn ogen en zie het veelzeggende opschrift op de zetel voor mij: Highway to hell. Ik slik. Wanneer de automatische mededeling ‘We hope you enjoyed your flight!’ weerklinkt in de Airbus, denk ik: die timing kon net iets beter.
Weersupdates vertellen me die middag nog dat we in de staart van een cycloon hebben gevlogen. Ze heette Deborah en was verantwoordelijk voor de onzachte eindspurt richting Firenze, met windsnelheden tot 190 kilometer per uur. Maar ik heb het overleefd en straks ga ik gewoon pasta eten, of een ijsje. Maar géén mensenvlees, en ‘Alive 2: The Apennines’ komt voorlopig ook niet in de zalen. Purtroppo.


