bene van eeghem blog

Zeezien

Wanneer de zon opkomt en ze de lucht roze kleurt boven de zee. Dat is het meest magische moment. Zo vlak boven de horizon lijkt de hele wereld een kleurboek vol eindeloze schoonheid. Een kleurboek van duizend pagina’s. Je kunt er gratis in bladeren, ’s ochtends vroeg, voor dag en dauw. Geen stuk beton of pretentieuze luifel die het zicht verstoort. Daar is de lucht de lucht, de wolk de wolk en het zand het zand. Wanneer de zon alles roze kleurt. Dat is écht het allermooiste.

Wat later is het anders. Dan voelt het zand niet meer kil aan, verdwijnt de laatste ochtendnevel en ruimt het roze zwerk plaats voor een blauw uitspansel. Tussen die lucht en dat zand: alweer de zee. Altijd de zee. De eindeloze watermassa, drager van joekels van containerschepen. De grillige speelvogels van surfplank en vissersboot. De een trotseert statig de golven, de ander ondergaat het zilte gewoel. En de zon klimt immer hogerop, die zelfde dag. Dat beeld. Dat gevoel, net iets later. Dat is misschien het allermooiste.

De eerste badgast komt aan. Het is bijna middag. Dan man heeft het erop gewaagd, daalt de dijk af langs arduinen treden, de obligate rieten tas over de schouder. Hij is ervaren en weet het: een dag aan zee vereist een strandlaken, wat literatuur en de lunch voor tussendoor. De wind is mild, de bewolking occasioneel. Risico op neerslag: nihil. Het is ook wat de meeuw krijst, tien meter hoog, zwevend over de kustlijn. De badgast installeert zich. Laken uitgespreid, voeten in het inmiddels lauwe zand. Hij slaat zijn boek open op bladzijde 67. Wordt meegezogen in het verhaal, droomt weg en hoort het ruisen van de golven niet meer. Misschien is het dat wel, het allermooiste.

Na de middag komt het strand officieel tot leven. Ze lijken uit de grond te kruipen. De dagjesmensen, rustzoekers, genieters en de gezinnen met kinderen. Veel kinderen. Die allemaal zorgvuldig worden ingewreven met de persoonlijke factor. Hij kiest voor 20, zij zet in op 30 – de tube garandeert een natuurlijke teint – en de koters krijgen factor 50 toebedeeld. Echt van de zon genieten kan alleen als je tijdig op de rem gaat staan. Terwijl moederlief de jongste van een laag crème voorziet, zet plots een licht briesje op. Peuter krijgt korrels in neus en mond. Peuter huilt. Wanneer moeder nog zijn laatste streepjes schouder en kuit inwrijft, voelt het als scrub met ijzerspons. Peuter huilt nog meer. Peuter vindt het strand en de zee helemaal niet fijn. Dat is eigenlijk het allergekste.

De namiddag aan zee baadt op zonnige dagen in een mix van gejoel, gekrijs en vreugdkreten. Ze storen nooit. Het lawaai drijft richting zee en de zee neemt de klanken zwijgend mee. Voor vaders is 15u het signaal om naar de vloedlijn te stappen. Ver of dicht: daar moet de put gegraven, de sloot gedolven, het kasteel gebouwd. Daar is het natte zand. De basis voor elk bouwproject, dat genadeloos verwoest wordt bij hoogtij. Het is des huisvaders plicht om op de grens tussen zand en zee te bewijzen dat hij het in de vingers heeft. Dat hij de rugpijn verbijt, blijft graven en het gebroed glimlachend tevreden stemt met creaties van korrels en zeewater. Om 15u. Dat is het allerstrafste.

Wat later, de zon zakt dan al voorzichtig weg, zitten alle badgasten weer op het droge zand. Veilig bij de cabine, onder het tentzeil, of op pagina 93 van het boek. De lunchpakketten zijn inmiddels verteerd, het getrakteerde ijsje verorberd. Bleekhuiden krijgen een rozige tint. Ervaren badgasten kleuren wat donkerder bruin. Wie op de buik lag, blaast nu uit op de rug. Wie de middag hemelstarend startte, kleeft intussen met de neus in het zand. Want een dag aan zee, daar moet je bruiner van terugkeren. Aan alle kanten van het lijf. Dat is écht het allerbelangrijkste.

’s Avonds loopt het strand gestaag leeg. Geen mens die nog tussen zand en zee in staat. De lucht verandert van blauw naar gelig, oranje en rood, met witte strepen ertussenin. Tegen negenen zijn de badgasten compleet verdwenen en viert het kleurenpalet weer hoogtij. Net zoals het dat ’s ochtends deed. De meeuwen krijsen een fractie zachter en speuren naar die laatste achtergebleven kruimels. De wereld draait verder, niks lijkt veranderd. En daar in de verte ligt nog steeds de zee. Een eenzame vrachter vaart richting horizon tot hij wegsmelt naast de rode bol. Er is alleen nog geruis. Gezoem. De schuimkoppen, de golven, de strakke lijnen en de heerlijke rust.

Dat is het allerheerlijkste.
Zeezien.
Zomaar. ’s Avonds.
Dat is écht… het allerheerlijkste.

Zee(brugge), 18 mei 2015

Zee(brugge), 18 mei 2015

 

1 antwoord

Reacties zijn gesloten.