bene van eeghem blog

Knuff. Je dochterlief.

Daddy cool,

Het was zondag. Het was de E17 richting Antwerpen. Het was ergens ter hoogte van Lokeren. Terwijl ik daar reed en het ongeïnspireerde landschap voorbij zag flitsen, is het gebeurd. De autoradio stond op Klara en dat crimineel schoon stukske Mozart begon te spelen. Het adagio uit zijn klarinetconcerto. KV622. Zeven minuten virtuositeit waarin duust gedachten door mijn hoofd flitsten. Mozart, dat was helemaal jij.

Eerste minuut.
Dat je vast lacht als je dit leest. Dochterlief luistert naar klassiek, zeg! In euren otto, terwijl ze tijdens haar wildste jaren – en daarna – zwoer bij StuBru. We hebben er helse vetes over beslecht, thuis. Met The Offspring en REM kon je nog om, maar ‘stekkerdraadmuziek’ als Chemical Brothers en Slipknot: was dat nodig? En moest dat altijd zo luid, in mijn slaapkamer? “Je gotter doof van worden, je makt jen ooren kapot!” brieste je. Je verkoos classic rock én Mozart boven dat geweld. La qualité, geen bucht.
(behalve die ene keer, toen je verklaarde waarom The Offspring wel oké was. “Het beste sinds The Beatles!”, hoorde ik je op een receptie hardop verkondigen. Het was een StuBru-receptie. De bubbels vloeiden rijkelijk. Dat plaatst één en ander in perspectief.)

Tweede minuut.
Van die keer dat ik naar school moest. Kameraden zouden me oppikken, we gingen per fiets. Ik wachtte buiten, jij kwam ongegeneerd naast me staan met je brommer. Je reed met een grijsblauwe Motobécane, met bruine commissiezakken vanachter. Je droeg een gele brommerhelm met een oranje dwarsstreep. Zo’n model waar André van Duin ook sketches mee speelde. Ik zakte door de grond van schaamte bij de verschijning, wist niet waar gekropen. Ik wou niet door klasgenoten gezien worden in je gezelschap en brieste: “Gie! Zie! Me voader! NIE!”
Je schaterlachte en reed weg, richting werk. Mijn puberimago was gered. Voor even.

Derde minuut.
Toen je een taart had gebakken en de biscuit met hagelslag wou versieren. Eerst insmeren met slagroom, dan rollen op het werkblad, zei het kookboek. Maar je deed het liever op je eigen manier. Je smeerde de biscuit in en gooide de chocoladekorrels er vanop een afstand tegen. De zoetigheid vloog overal, hing overal, behalve aan de taart. Mama kreeg de stuipen en riep dat je moest stoppen. Broer en ik kregen de stuipen van ’t lachen.
(Crazy, gewoon. Hebben we die taart nog opgegeten achteraf? Iets zegt me van niet.)

Vierde minuut.
Van die Expedit-kast uit Ikea die je thuis monteerde. Precisiewerk: je handelsmerk. En toch ging het fout. Want dat laatste paneel zat niet op de millimeter juist en dus gaf je er een forse tik tegen met de hamer. Het onding barstte in alle richtingen. Ik: dubbel van ’t lachen. In alle kalmte demonteerde je de hele zooi, pakte alles in en reed terug naar Ternat. Daar verklaarde je dat we een beschadigd exemplaar hadden gekregen.
Je ontving een nieuw pakket, reed huiswaarts, monteerde alles keurig. Het rek heeft tot vorig jaar dienst gedaan, padre. En geen barstje te bespeuren toen we ’t ding finaal afdankten.

Vijfde minuut.
Hoe razend je soms kon zijn. Als ik je berispingen niet accepteerde, koppig bleef antwoorden toen ik hoorde te zwijgen, regels in de wind sloeg en – dat de duivel mij hale! – begon te roken. Je vond een pak sigaretten in mijn binnenzak. Met een belachelijke leugen – “Ze zijn van Sofie, ik moet ze teruggeven.” – deed ik mezelf een eindeloze donderpreek cadeau. “15 jaar, en nu al roken! Ge krijgt kanker! Ge maakt uw longen kapot! Ge gaat dood! We trekken het zakgeld in, als ’t zo zit!”
(Het zakgeld werd nooit echt ingetrokken. Ik ben blijven roken, vader, en je wist het. Het briesen minderde, maar je was er nooit echt over te spreken. Mes excuses.)

Zesde minuut.
Van die ene keer in mijn leven dat ik jou zag huilen. Op dat bed in het ziekenhuis, net voor je verjaardag. Ze hadden je haar afgeschoren. Er zat een ritssluiting op je hoofd, een ander woord vind ik er niet voor. De resultaten waren bekend. Geen behandeling zou nog baten. Je weken waren geteld. Je ging dood, je wist het en je huilde. Zomaar. Sheer confession, paps: toen ik dat besefte, ben ik ook ’n beetje gestorven. En toch durfde ik zelf niet huilen. Ik gaf geen kik. Staarde. Alle reflexen leken zoek. Vraag me niet waarom.

Zevende minuut.
Dat ze je kist op dat adagio van Mozart, KV622, naar buiten hebben gedragen. Die najaarsdag. De zon scheen. Witte rozenblaadjes dwarrelden overal, ik kon er eentje grijpen. Er waren honderden mensen maar ik herinner me de gezichten niet meer. Er waren schouderkloppen en stemmen, maar ik herinner me de woorden niet meer. Ik weet alleen: dat je weg was. Voorgoed. En dat snijdt.

Morgen is 3 maart. Je wordt 66.

Waar je ook bent, daddy cool: een gelukkige.
Drink een trappist.
Luister naar Mozart.
Geniet. Comme moi.

Knuff,

Je dochterlief.