bene van eeghem blog

Bij de burgemeester

Eind juni zijn de dagen op hun langst, hun warmst, hun mooist. Het is uitgerekend eind juni als we op het stadhuis worden verwacht na sluitingstijd. Er staat een kleine receptie op de agenda. We horen bij het publiek. Om het risico op wangedrag te beperken, heeft moeder de kroost al duchtig richtlijnen ingeprent.

“Niet roepen als we daar zijn.”
“En ook niet vechten.”
“Spreek met twee woorden, alstublieft.”
“En neem geen HOPEN chips uit de kommetjes.”

Ze kennen hun les uit het blote hoofd. Maar wanneer we de inkomhal betreden, roept de jongste prompt: woooowwww! De oudste reageert kordaat. Spreek stiller, sist ze tegen broer, je mag hier niet roepen. Dit is de werkplek van een burgemeester!

De jongste haalt zijn schouders op. He couldn’t care less. Al maken de statige schilderijen, hoge plafonds en luchters wel indruk.

“Heeft de burgemeester dat hier allemaal gekocht?!?”, vraagt hij met een brede glimlach.

Zus rolt met haar ogen. Mama ook. We zuchten en antwoorden niet. Een tactiek.

Een medewerkster heeft ons intussen gespot, zegt dat we even in het bureau van de burgervader mogen piepen. Dan zien we waar hij werkt en hoe mooi het uitzicht daar is. Wanneer we de kamer betreden, valt de avondzon door de ramen. Alles baadt in licht van goud. Het heeft iets betoverends: je zou prompt burgemeester voor één dag willen worden.

Het oudste kind denkt er net zo over. Het is hier echt knap, fluistert ze en ze herhaalt het wanneer de burgervader binnenstapt: “Je hebt een mooi bureau. Zo licht en groot.”

De burgemeester glimlacht. Het jongste kind bekijkt het door zijn eigen laconieke bril. Hij neemt akte van stapels dossiers, kaften en ‘verplichtingen’ die op de werktafel liggen.

“Is dat allemaal huiswerk?”, vraagt hij op de man af.

De burgemeester knikt en beaamt. Jawel, hij heeft altijd dingen te doen, zelfs in het weekend. Hij kan bijna nooit uitslapen.

“Saaa-haaai…”, antwoordt junior. “Ik wil nooit burgemeester worden!”

De man lacht. Wanneer het oudste kind beleefd vraagt wat burgemeesters eigenlijk allemaal moeten doen, luidt het: vergaderingen bijwonen, mensen bezoeken, op tal van plaatsen, en ook speeches geven, soms tot vijf per dag.

“Maar je moet ze niet zelf schrijven hé, dat doet mama voor jou”, flapt de jongste er kordaat uit.

Zus geeft hem een stevige por. Voegt eraan toe dat dat kweetnie hoe onbeleefd is, maar de burgemeester moet alweer hartelijk lachen. Of we de tuin misschien nog willen zien? Er hoort een groot terras bij met trappen. Zelfs als je veel werk hebt, geniet je van het uitzicht. En helemaal achteraan is de aanlegsteiger: met een bootje naar het werk komen, dat kan hier ook.

“Dat is cool!”, zegt de jongste. “Maar de rest is toch saai!”

Zus port hem opnieuw, ze vindt het stilaan welletjes. Ze wil graag nog meer weten over de werkdag van een burgemeester. En of je kunt studeren om dat te worden? De man zegt dat er niet echt een school voor bestaat. Je moet verkozen raken, en daar kruipt wat tijd in. Hij heeft er jaren voor gewerkt.

Dan troont de burgervader ons mee naar de grote ontvangstzaal. Een schrijver wordt gehuldigd, te midden van de luchters en borstbeelden. De pers is erbij, met camera’s en flitsen en vragen voor het publiek. We mogen meegenieten. Als het officiële gedeelte erop zit, heffen we het glas en schudden we de auteur de hand. We zijn blij dat hij in zijn geboortestad te gast is, keuvelen over zijn werk en wensen hem het allerbeste.

Even later is het tijd om ook van de burgemeester afscheid te nemen. De bewaker doet ons daarna uitgeleide volgens het protocol. Vóór het naar huis fietsen geeft moeder de kroost gauw een pluim.

“Jullie waren best flink vanavond. Bedankt, gasten.”

Het oudste kind glimlacht en knipoogt.

“Ja, logisch”, voegt Junior eraan toe. “We konden ook geen hopen chips nemen want er stonden helemaal geen kommetjes. Er was alleen fruitsap. Hoe saai.”

 

10 antwoorden

Reacties zijn gesloten.