bene van eeghem blog

Kafka op ‘Las Canarias’

Ik ben op bezoek in het stemmige dorpje Candelaria op Tenerife: befaamd om haar imposante basiliek en de Menceyes: een adembenemende rij standbeelden aan de rand van de oceaan. Terwijl ik de schoonheid bewonder, overheerst op de achtergrond slechts één geluid: dat van de ruisende oceaan en de beukende golven. Dingen waar een ‘zeemens’ zoals ik nooit genoeg van krijgt.

Na een deugddoende wandeling en een rondje foto’s maken, heb ik nood aan een sanitaire stop. Ik ga een panadería binnen en vraag of ik er gebruik mag maken van de aseos, de toiletten. Spaans is de voertaal, mijn kennis is beperkt maar ik beredder me.
“Mag ik hier even naar het toilet?”, richt ik me tot de winkelbediende.
“Die is enkel voor klanten die hier iets eten”, antwoordt ze vriendelijk.

Afhaken is geen optie, dus ik hou de babbel gaande.
“Oké. Maar ik heb nu geen honger. Is het goed als ik gewoon betaal voor het gebruik?”
“U bent geen klant als u niet eet.”
“Neen, ik moet naar het toilet. Mag ik gaan?”
Ze denkt even na en reageert:
“Goed, doe maar. Maar u moet dan wel iets eten.”

Met deze strikte richtlijnen begeef ik me naar het kleinste kamertje dat zijn naam voor één keer niet gestolen heeft. Met de rugzak kan ik er amper binnen en op-en-van-de-pot kan alleen met gevorderde acrobatie. Wanneer de stunt erop zit, ga ik terug naar de toog van het etablissement. De winkelbediende kijkt me aan, ik haal mijn portefeuille boven en vraag haar wat mijn schuld is.

“Het toilet is enkel voor klanten”, herhaalt ze kordaat. “U moet nu iets kopen om hier op te eten.”
“Maar ik hoef geen eten, ik moest naar het toilet. Is een halve euro genoeg, voor het gebruik?”
“Ja, maar wat gaat u dan eten?”
“Euh… niks. Ik wil u gewoon betalen.”

Ik vraag me in stilte af of er een verborgen camera mee gemoeid is. En blijf glimlachen: ik hou, ondanks alles, wel van deze mensen. De winkelbediende zucht nog eens en dan wordt de zaakvoerster erbij gehaald. Onderling bespreken ze hoe de crisis geneutraliseerd kan worden, waarna de zaakvoerster het overneemt.
“U kan enkel het toilet gebruiken als u hier eet. Wat had u gewenst?”
“Niks, mevrouw, want ik heb geen honger. No hambre, señora. Ik moest plassen en daar betaal ik wel voor als het moet.”

Ik diep meteen 40 eurocent op en leg ze op de toog. De zaakvoerster kijkt vreemd, zegt dan:
“Wat wilt u kopen? Om te eten?”
“Niks. Nada. Ik betaal voor de toiletten.”

Ze heft de handen ten hemel, lijkt het niet te begrijpen. Wil iets zeggen maar doet dan achteloos teken: laat maar. Ik mag het geld wegstoppen.
“Zeker, mevrouw?”
Sí, sí. Maar eigenlijk is het toilet alleen…”

Voor klanten die iets blijven eten, ja. Daar was ik intussen al achter. Conclusie: als Kafka niet in Praag geboren was… hadden de Islas Canarias hem wel gelegen. Right?