bene van eeghem blog

Zon, zeep, boutjes en zo

Voor niks gaat de zon op, zei ons grootmoeder ooit. En dat had ze vast van haar grootmoeder. Ik bezin me over de eeuwenoude volkswijsheid terwijl ik voor dag en dauw de stad binnen fiets. De zon staat halverwege het zwerk. Gevels kleuren goudgeel en de kilte van de nacht wordt discreet de straten uitgejaagd. Oh joy! Zelfs al beweert de halve wereld dat we sinds de recente verkiezingen in een kil en harteloos Vlaanderen wonen: vanmorgen is er bij ons, in de Hanzestad, even geen sprake van.

De uitbater van een broodjeszaak in het centrum voelt het blijkbaar net zo aan. Hij is Braziliaans en schuurt elke ochtend devoot de stoep voor zijn deur, met een pet op en met een kamerbrede glimlach. Vandaag is hij voor de extra portie schuurzeep gegaan, waardoor ik met de fiets vakkundig moet laveren tussen schuimkoppen op een spekgladde baan.

“I’m sorry, madam”, roept hij vanuit zijn deurgat. “Free soap this morning but slippery! You be careful!”

Ik lach en zwaai: geen probleem. We overleven het wel. Want voor niks gaat de zon op, zei ons grootmoeder al, en voor niks krijgen we nu ook een fors ingezeepte en brandschone straat. Is er één reden om daar nukkig over te worden?

Mijmerend dokker ik verder over de kasseien en met resten schuim aan de banden en spaken hou ik halt aan de markt. Ook hier is het stemmigheid troef, terwijl de hemel gestaag blauwer kleurt en de lucht opwarmt. Marktkramers schreeuwen in koor dat ze de beste marchandise in de aanbieding hebben. De geur van verse koffiekoeken, kaasblokjes, snoepgoed en gebraad boort zich in mijn neusgaten.

Eén venter schreeuwt niet: de kippenboer. Hij zwaait gewoon. Hij weet dat ik op woensdag steevast aan zijn kraam stop en staat al klaar met de vork in de hand.

“Boutjes, madam? Zes, zoals gewoonlijk? Vandaag is het vijf plus eentje gratis, dus g’ebt chance!”

Ik steek mijn duim in de lucht maar zeg hem dat de bestelling aangepast mag:
“Ik heb er acht nodig, er is volk op bezoek. Op hoeveel komt het?”
“Omdat ge zo sympathiek krijgt ge er zes voor de prijs van acht. Dus twee voor niks. In orde, zo?”
“Merci!”, zeg ik. En weer denk ik aan grootmoeders credo, van de zon en dat ze opgaat voor niks. Net zoals schuurzeep op de stoeptegels landt en dampende kippenbouten over de toonbank gaan.

Voor ik huiswaarts fiets is er nog tijd voor een laatste pitstop bij de fruitventer. Het is hoogseizoen van aardbeien en hij ziet zijn kans schoon om ook mij gauw een royale portie te slijten.

“Drie bakjes voor vijf euro, madam, gisteravond vers geleverd op de veiling!”
“Drie is wat veel”, zeg ik hem. “Ge moogt mij er gewoon twee geven.”
“Maar allez!”, reageert hij. “Dat derde bakje is voor niks! Ge betaalt dus even veel voor twee als voor drie. Dat gaat ge toch niet laten liggen?”
“Euh…”

Even twijfel in het hoofd. Drie bakjes is echt veel en overdaad schaadt: ook dat zei ons grootmoeder weleens. Maar de aardbeien blozen danig in het zonlicht en de prijs is zo belachelijk laag dat ik finaal overstag ga.

“Oké, goed. Geef mij drie bakjes, we krijgen ze wel op thuis.”
“Da’s gesproken, zie. Hier zijn uw aardbeien, twee porties voor vijf euro en eentje voor niks. Laat het smaken!”

Ik steek mijn duim opnieuw op. Hang de zakjes met lekkers vakkundig aan mijn stuur, hijs mijn rugzak omhoog en zie net op dat moment dat de zon de wijzerplaten van het Belfort doet schitteren: magie in de lucht op tachtig meter hoogte.

Grootmoeders zijn het meest wijze ras, besluit ik in stilte. Dat van die aardbeien, kippenbouten en schuurzeep is misschien aan hen voorbijgegaan. Maar de zon komt inderdaad voor niks op: altijd, onverdeeld, overal. Waardoor de wereld toch even straalt, zelfs als we denken dat we het spoor na een recente stembusgang bijster zijn.