bene van eeghem blog

J’aime les impôts

Het zijn hoogdagen in belastingland en niets is grappiger dan de Belg die zijn aangifte in levende lijve bij FOD Financiën komt regelen. Als overbuur van die FOD beleef ik het spektakel dezer dagen vanop de eerste rij.

’s Ochtends start de volkskermis rond acht uur, wanneer de vroegste vogels voor de deur van het kantoor post vatten. Ze hebben in het beste geval één enveloppe en een A4’tje bij dat het hypothecair krediet voor een eigen woning moet staven. In de meeste andere gevallen is het een astronomische classeur die uitpuilt van de bewijsstukken: kwantiteit muss sein! Dat bewijsmateriaal wordt door de – uitsluitend mannelijke – aangevers keihard tegen de borst gedrukt, terwijl ze palaveren over deze of gene wijziging in het fiscale klimaat.

‘Benieuwd of we geld terug krijgen dit jaar, want met die nieuwe regering…’
‘Ah ge weet het. Vorig jaar hebben we duizend euro mogen achterdragen!’
‘Jawadde! Duizend euro? Da’s gene kattenpis….’

Na zo’n blitzgesprek volgt de obligate small talk over het weer, zakkenvullers in Brussel en de prestaties van de Rode Duivels. Dan wordt de broeksriem ostentatief opgetrokken, het jasje gefatsoeneerd en om half negen schuiven de poorten van het fiscale walhalla open. Het echte werk kan beginnen. De man met zijn gigantische kaft roept voor de gein en de hele buurt nog even: ‘Zij die haan sterven, hroeten u! Juplaaa!’

De hele dag heeft de FOD de allures een mierennest: belastingplichtigen zwermen in en uit, brommers, fietsen en auto’s rijden af en aan. De ingehuurde bewakingsagent klopt overuren en herhaalt op endless repeat dat aangiftes in de grote bus met het woord AANGIFTES moeten. De wijkagent checkt of de niet-gesloten fietsen in de stalling met de rechtmatige eigenaar naar huis terug keren en of er niemand zwerfvuil op de stoep achterlaat. De ambtenaren werken zich collectief in het zweet, tot de klok vijf uur slaat.

Dan is de zotternij voorbij en komen latere passanten hun zelf ingevulde aangifte deponeren. Alweer een exclusieve mannenzaak met immer verhelderende conversaties.

‘Moh, Jean! Dat ik u hier moet tegenkomen!’
‘Jaja, ’t is weer zover. Hij is ingevuld, zie, en de madam zal nog een jaar op haar nieuwe sacoche mogen wachten.’
‘Serieus? Is ’t van dadde?‘
‘Zwijg stil. Volgens den boekhouder hadden we beter een extra lening afgesloten, dan kregen we geld terug. Maar zijt nu eens eerlijk: als ge geld leent, zijt ge ’t eigenlijk ook kwijt, neen?.’
‘Absoluut. Absoluut.’

(waarna: nog iets over het weer, zakkenvullers en de Rode Duivels)

De laatste ronde aangiftes gebeurt d’office met de auto, na 20u. Dan rijden Brugse onderdanen uit de verdere deelgemeenten nog snel langs het aangiftekantoor. Ze stationeren op een bewandelbare afstand van de bus (mannen) of vlak voor de deur (wanneer de man rijdt en de vrouw de brief moet deponeren). De ingepakte papierstapel glijdt in de bus, de m/v belastingplichtige kijkt nog even naar links en rechts en wandelt terug naar de ronkende vierwieler. Missie volbracht.

In een uitzonderlijk geval zit ik op dat moment zelf avondlucht te tanken aan het raam en eindigt de dag even schoon als hij begonnen is.

Aangever: ‘Schoon uitzicht gij, ge ziet hier alles passeren!’
Ik: ‘Ja!’
Aangever: ‘Zoudt ge geen frietkot open doen? Klandizie genoeg deze maand…’
Ik: ‘En tot een gat in de nacht werken? Neen, dank u!’
Aangever: ‘Ook waar. En is uw aangifte feitelijk al binnen? Ge kunt hem smijten als ge wilt!’
Ik: ‘Internet. Nog gemakkelijker.’
Aangever: ‘Miljaar gij zijt een slimme, gij. Internet. Modern en zo. Allez, ne goeienavond é!’

Insgelijks. En bedankt voor ’t compliment.

#jaimelesimpôts