bene van eeghem blog

Dag, Thé Lau

Op de eerste dag van de zomer scheen de zon volop. Alles baadde in licht, gezelligheid, lachende mensen en overvolle terrasjes. Klein geluk in vele kwadraten, terwijl we uitgerekend op die dag afscheid namen. Afscheid van Thé Lau. De artiest die terminaal ziek is en zijn carrière in schoonheid wou eindigen, met een aantal zinderende afscheidsconcerten. Met The Scene, met ‘zijn’ band, het monument van de Nederlandstalige rock.

De allerlaatste halte van dat afscheid was Brussel. Zo’n momentum wil je als muziekliefhebber voor geen geld missen. We trokken in groten getale naar de AB. We werden omringd door zielsverwanten en wisten nog voor de eerste noot weerklonk: dit wordt bijzonder. Een boom van een vent verscheen op het podium. Hij opende met Slapen/De Dood, uit de jongste plaat. We werden prompt meegesleurd en met de neus op de feiten gedrukt: “De dood maakt jacht op mij. Maar ik zwerf in mijn dromen en mijn dromen zijn verboden voor de dood”. Thé zong het rauw, vol overgave. In een flits dacht ik: het moet vreemd aanvoelen. Weten dat je het einde in de ogen kijkt en tegelijk eindeloos graag gezien worden. Het moet het afscheid bikkelhard maken, en tegelijk wonderschoon.

Wonderschoon bleef het ook gewoon, een hele avond lang. Dankzij de gemoedelijkheid. Dankzij de vele joviale Noorderburen, die beaamden wat een geweldige locatie die AB is. Die onderstreepten hoe zalig de sfeer aanvoelde en hoe spontaan Thé het allemaal opvatte. Naar verluidt hadden journalisten hem ettelijke keren dezelfde vraag voorgeschoteld, die dag. Over wat hij nu voelde, bij dat allerlaatste concert. “Eigenlijk niks anders dan anders”, grinnikte de man. Over waarom The Scene voor een afscheid in Brussel had gekozen. “Ja, dat heb ik niet beslist!”, alweer met een grinnik, en uiteindelijk eraan toevoegend: “Wij hebben Brussel niet gekozen. Brussel heeft ons gekozen.” Waardoor we ons heel even op handen gedragen voelden en hem bedankten met applaus en gejuich, minutenlang.

For the record: ik heb geen zin om hier de setlist van het afscheidsconcert nummer na nummer te ontrafelen. Recensies vindt u toch in alle kranten en op tinternet. Veel liever onthoud ik de talloze climaxen uit die unieke midzomernacht van 2014. Het duet met fadozangeres Maria de Fatima, dat door merg en been ging. De passage van Stef Kamil Carlens, van wie Thé zei dat hij gecast moet worden voor Game of Thrones. De Nederlanders naast ons beaamden volmondig en onderstreepten dat dat een fenomenale serie is. Prompt kreeg ik de vraag of ik ook kijk? Helaas moest ik van ‘neen’ knikken. De TV vangt thuis gewoon stof, omdat ik des avonds vooral blog, lees en surf op het web. “Nou, moet je dringend iets aan veranderen hoor, dame! Game of Thrones is echt te gek!”. (genoteerd, beste directe en sympathieke Noorderburen. En dank overigens, omdat jullie mij de hele avond drankjes trakteerden. Dat geen mens nu nog iets over gierigheid durft te zeggen.)

Even later maakte Thé een zijsprongetje en begon over het WK. Een België-Nederland zou een fijn gegeven kunnen zijn, vertelde hij, al vroeg hij zich af of het mathematisch ook haalbaar was. Voor de gelegenheid had hij meteen “de roodste aller duivels” op het podium uitgenodigd. De naam: Arno. De Oostendse legende begeleidde de band op mondharmonica tijdens Rij rij rij en dat was werkelijk om duimen en vingers bij af te likken. Meteen vroegen de Nederlanders aan mijn zijde weer om duiding: “Kent u die man? Is hij komiek of zo?” Ach neen, al kon ik een grinnik bij de vraag moeilijk onderdrukken. Arno is immers én ontwapenend én overweldigend én grappig. Voor één keer volgde er na zijn intermezzo echter geen speech in gecracqueleerd West-Vlaams. Oef. (anders stond mevrouw Van Eeghem waarschijnlijk nog te vertalen voor het Nederlandse publiek.)

Of ik voor de sport ook heb staan meebrullen, tijdens dat momentum zaterdag? Aber ja. Het hardst van al bij de geweldige hits die Lau & co de voorbije decennia hebben afgeleverd. Zuster. Iedereen is van de wereld. Open. Rigoureus. Blauw. Tijdens die laatste song neem ik het telkens ongegeneerd en overdreven voor al mijn soortgenoten op. Dan schreeuw ik mijn stembanden naar de verdoemenis met de gevleugelde woorden: “Ik heb vannacht gedronken en gezien/hoe geen vrouw ooit krijgt wat ze verdient.” (het is natuurlijk zwaar overdreven, dat dat nooit zo is. Maar ach, het is schoon gezegd en wij krijgen zo nu en dan graag een stevige dosis compassie aangeboden. Meer hoeft u er niet achter te zoeken.)

Vandaag is het dinsdag. Drie dagen al, sinds dat memorabele optreden. Het moest insijpelen. We kregen allemaal wat we verdienden, en zelfs meer. Thé Lau heeft afscheid genomen van zijn publiek en een punt achter The Scene gezet. Het was ronduit memorabel. Ik koester elke minuut en het moment waarop de man zijn arm over mijn schouder legde. Ook  dat gebeurde zomaar, op de eerste zomerdag van 2014. Kort voor het concert stond ik een Brusselse zijstraat vrienden op te wachten. Thé wandelde naar buiten uit het restaurant van AB en kwam even naast me post vatten. We stonden er zowat alleen, hij knikte naar me, ik knikte terug. Ik zei dat het een eer was hem te ontmoeten en wenste hem succes met alles.

Hij glimlachte.
Hij gaf me een schouderklop.
Hij zei “dank je wel”.
Of ik op de foto met ‘m mocht?
Hij zei “natuurlijk”.
Iemand nam een kiekje.
Hij zei “dag”, en verdween naar binnen.

Dag, Thé Lau. Straffe man. Dat ben je. Dat blijf je.

12 antwoorden

Reacties zijn gesloten.