bene van eeghem blog

Hij wordt voetballer

Beste trainer van de plaatselijke club,

Mijn felicitaties. Ik zag u nog maar twee keer aan het werk, en moet deemoedig het hoofd buigen. U vervult een taak met niet zo gek veel aanzien: jong geweld de kunst der voetbalsport aanleren. U doet dat bovendien twee keer per week, voor een slordige 15 ukken. Ze zijn gemiddeld 6, u bent een veelvoud daarvan en u traint ze in alle rust, nooit roepend, immer rechtvaardig.

Eerlijk is eerlijk: dat ik zoonlief niet van ganser harte dropte, die eerste keer op het veld. Wij kregen voetbal thuis niet met de moedermelk mee, ziet u, en de enige namen die ik me nog uit mijn jeugd herinner zijn Ceulemans en Vander Elst. Meer dan gezichten op een Panini-sticker zijn ze voor mij nooit geweest. We hebben nooit wedstrijden bekeken, nooit een vader door het lint zien gaan bij een goal: dan vraagt een mens af waarom die eigen kleine zo nodig wil gaan sjotten.

Maar ach, hij is overtuigd: hij wordt voetballer. Het oerinstinct drijft hem. Hij zegt dat hij voor Brazilië gaat verdedigen, en als dat niet lukt ‘dan zijn de Rode Duivels ook goed’. Het gaat écht gebeuren, zegt hij, en hoe meer hij het herhaalt, hoe meer ik het begin te geloven.

U heeft ‘m nochtans tig keren tot de orde moeten roepen op die eerste trainingen. Neen, met ‘handjes’ aan een voetbal komen mag niet als je speelt. Passen is niet gelijk aan voetje lap leggen, en voetbal speel je niet in je eentje. U maakte het hem kordaat diets, hij brieste binnensmonds – een beproefd recept, ook bij topspelers. Daarna ging de training gewoon door. Van dribbelen over rondjes lopen tot een penalty afvuren: you made ‘m do it.

Het gebeurde ook allemaal zo gestroomlijnd, zo in de maat. De thermometer gaf op de training de volle 30 graden aan, terwijl u zich de ziel uit het lijf liep: chapeau daarvoor. Als niet onderlegde zijlijnmoeder stond ik erbij, keek ik ernaar en zweette ik oprecht met u mee.

Wat u ook zo prachtig deed: die futiele opmerkingen van andere ouders aan de kant negeren. Ach, ik snap de aanvuringen wel, en het charmeert als een eigen uk de bal het net laat kussen na een stevige trap. Maar moet er daarom zo nodig geschreeuwd? En vindt u het ook niet overdreven dat er verwijten klinken als een uk –met moeite de kleuterklas ontgroeid – daar eens niet in slaagt? Het zijn reacties waar ik bij frons maar u, u legde het allemaal naast zich neer. Nogmaals: chapeau, beste trainer.

Weet u, na de oefensessies kreeg ik al twee keer een afgepeigerd stukje ambitie terug in handen. Junior was KO, had een liter water gedronken en kreeg met moeite nog een hap binnen bij het avondeten. Toch vond hij uw aanpak leuk, en u bent volgens hem ‘streng maar wel de beste keeper van Club Brugge.’ Bij die tactische fout ben ik zelf het verbale slagveld opgegaan. Het moest. Ik heb hem uitgelegd dat de trainer van zijn club zweert bij groen-zwart. Dat is een andere ploeg, en die u waarvoor u traint en waar hij bij speelt, is nog eens een andere ploeg.

Hij draaide met zijn ogen toen ik het zei en was niet onder de indruk. Ook dat overkomt ‘m wel vaker. Hij zuchtte en liet achteloos vallen dat hij die penalty toch maar mooi had binnen getrapt. Zoals Kevin Debruyne dat doet. ‘Dus?’, voegde hij eraan toe.

Dus. Dat betekent hij voetballer wordt. Braziliaanse national, Rode Duivel, midvoor, verdediger: wat maakt het eigenlijk nog uit. Als hij over dik 10 jaar op dat veld staat, de bal meesterlijk in de rechterbovenhoek plaatst vanuit de zestien meter en het stadion uit zijn dak gaat… dan is dat allemaal dankzij u geweest. U, die hem in een zomers najaar voor het eerste leerde wat teamspirit is. Hoe je voetbal blijft oefenen, met vallen en opstaan, tot je er echt goed in bent. Dat heet: een mooie verdienste.

Merci daarvoor, en graag tot woensdag.

Daring Brazilië