bene van eeghem blog

De solitaire jihad

Geen schoner seizoen dan de herfst. Kleurenpracht. De zomer die nog wat sporen nalaat. Ganzen die overvliegen. Bladeren die dwarrelen. En muggen die op het eind van de dag de gemoedsrust genadeloos komen verpesten.

Het is des avonds dat het in dit seizoen elke keer gebeurt. Het gebroed ligt bijeengeveegd in bed, ik nestel me in de zetel en vul de avond met een goed glas en een portie literatuur. Wanneer ik een paar alinea’s verteerd heb en écht in het boek begin weg te zinken, meldt “ze” zich aan. Zinderend. Die ene mug, op zoek naar bloed, gewapend met een gigantisch aanvalspact.

Hoe ze erin slaagt om onze belegerde vesting binnen te treden, blijft een raadsel. Het aantal horren is zu Hause niet te tellen. Idem de collectie kaarsen met citronella, de compleet milieuonvriendelijke stekkers-met-een-antimugsubstantie erin en de bijzonder rigide richtlijnen over het openen en sluiten van ramen of deuren. Oppassen… of het is van dattem! Dan ziet mug haar kans schoon, vliegt ze de huiskamer binnen en begint schaamteloos aan haar solitaire jihad.

…Gisteravond gebeurde het weer, toen ik pagina 187 van een erotische thriller zat te consumeren. Ik las met onverdeelde aandacht hoe een moeder het lief van haar dochter stevig binnen draaide, tot er een enerverend gezoem aan mijn linkeroor weerklonk. Het boek en de vrijscène belandden instant op de salontafel. De staat van oorlog werd afgekondigd op een gebied van 35 vierkante meter.

De eerste move, na wat afwachten, heette een mep op de eigen linkerkaak. Pijnlijk en zonder resultaat: mug was er vanonder gemuisd en zweefde rustig verder. Meldde zich even later aan mijn rechterzijde en kon ook daar een mep op mijn kaak ontwijken. Na die tweede misser wijzigde ik radicaal van koers. Ging in agressiemodus. Greep naar de dichtstbijzijnde folder. Keek gespannen en gefocust, tot ik haar in het vizier kreeg.

Ze zat daar zomaar, op de rand van het raam, binnen handbereik
Ze zat klaar om de genadeslag toegediend te krijgen.
Ik mepte keihard.
En nog eens.
En nog eens.
Gaf wat extra slagen, om er zeker van te zijn dat ik haar naar de muggenhe(me)l verwezen had.

Na die tomeloze uitval overschouwde ik voldaan het slagveld. Het LEGO-bouwwerk van de jongste was tijdens de strijd aan diggelen gegaan. Het kommetje knabbels naast het ‘goed glas’ was omgestoten, de inhoud ervan lag gedrapeerd over het boek dat zo-even nog mijn volle aandacht had genoten. Bovendien had ik bij de laatste uithaal mijn pols tegen de vensterbank geknald, met een snerpende pijn tot gevolg. Maar zij – en dat was het allerbelangrijkste – lag er morsdood bij. Met zes muggenpootjes in de lucht. Geen druppel bloed had ze getankt bij haar slachtoffer.

Hier eindigde een insectenleven, roemloos en in complete vernietiging…

Het is des avonds dat het in dit seizoen elke keer gebeurt. Het gebroed ligt bijeengeveegd in bed, ik nestel me in de zetel en vul de avond met een goed glas en een portie literatuur. Wanneer ik een paar alinea’s verteerd heb en écht in het boek begin weg te zinken, meldt “ze” zich aan. Maar ik bijt meteen terug, stop met lezen en ga haar te lijf. Ik wil haar vermorzelen en gooi daarvoor de halve huiskamer overhoop. Tot ze finaal en levenloos op de vensterbank ligt.

Daarna kijk ik door het raam, kerm zachtjes na en zie aan de overkant de poetsvrouw in het kantoorgebouw. Ze is nog volop aan het werk en heeft het allemaal geregistreerd: mijn strapatsen, de mislukte slagen, en de uitkomst van het gevecht tussen mens en dier. Ze zwaait, lacht en steekt een duim omhoog. Ze zegt: you rock!

Dan glimlach ik en denk: er is geen schoner seizoen dan de herfst. Toch?