bene van eeghem blog

Zeeman 2020

Terugblikken op 2020 is een klus van formaat als je wil onderstrepen wat leuk was. Corona bleek een party pooper van formaat en ging met elk gemoed aan de haal. Ik kan me niet herinneren welke film ik dit jaar de strafste vond, want bioscopen zijn al vijf eeuwen dicht. Ik weet evenmin welke buitenlandreis me bijbleef. Want er was geen buitenlandreis, omdat ik geen zin had om die bij thuiskomst met een quarantaine af te betalen.

Ik ben net als u gewoon heel erg veel thuis gebleven, maar weiger om 2020 als verloren te klasseren. Kleine dingen maakten het verschil, net als een aantal geweldige venten. Voor we het over die venten hebben: eerst de essentie. Les femmes!

U, geachte dames, heeft van 2020 een ‘postrijk’ jaar gemaakt. Met de regelmaat van de klok belandden er de voorbije maanden kaartjes in mijn brievenbus. Ze kwamen van u, van u en van u. Ze waren vergezeld van theezakjes, chocolade, een koekje of een gadget dat een mens doet glimlachen. De schrijfsels hebben gedurende twee lockdowns een mottig gevoel van vereenzaming verzacht. Ik koester ze, met het toebehoren, als waren het stukjes goud. Merci daarvoor, Hilde, Loes, Miguela, Sabrina, An 1, An 2, Lien en alle anderen. Iemand* heeft trouwens ooit gezegd dat vrouwen de echte architecten van de samenleving zijn. Ze had gelijk.

Naast geschrijf was er in 2020 ook gekwetter, getekend: de familie koolmees. In onze tuin negeerden ze elke vorm van social distancing en vogelden ze erop los zonder meer. Acht jonkies werden in de lente uitgebroed. In de april- en meimaand leverde dat rumoer op waarbij een gemiddeld tuinconcert verbleekt. De kroost vloog uit toen de mensen zich weer wat vrijer gingen bewegen en de mezebeesten lieten op hun kweekadres een rommel van jewelste achter. Benieuwd of er zich in 2021 een nieuwe generatie aandient, en of ze den opkuis dan niet vergeten.

(Maar waar blijven die venten, hoor ik u brommen?)

Wel, hier zijn ze. Ik pluk er voor het gemak gewoon twee kanjers uit die me op de valreep van het jaar oprecht hebben geraakt en verrast. Die kleur gaven aan een somber 2020.

Wim Opbrouck
Gelauwerd acteur en kersvers ereburger van Bavikhove. Vanuit dat lyrische West-Vlaamse dorpje gaf hij op Kerstavond een intiem online miniconcert, in een streektaal om duimen en vingers bij af te likken. ‘A pair of brown eyes’ van The Pogues werd voor de gelegenheid omgetoverd in ‘E skoan poar bruun’ogen’. Als u dat gemist heeft, moet u de man dringend beginnen volgen op Instagram en het fragment opsnorren. En bekijken. En nog eens bekijken. Want niets verzacht het gemoed zoals muziek dat doet.

Zeeman
Jawel. Hij bestaat écht. Hij is normaal van gestalte en waart rond aan de kust. Net voor de jaarwisseling gaf hij half Oostende – including frindin Heidi en mij – het nakijken. Zeeman stond dinsdag om 11u aan de vloedlijn en keek naar het ruime sop. Wij zaten op een bankje op de dijk coronaproof te keuvelen met een koffiekoek in de hand. Het was drie graden, de wind gierde. Zeeman liet zijn handdoek plots zakken en dook, op een spannend Speedo’tje na, poedelnaakt in de Noordzee. Frindin en ik waren danig in onze mond geblazen dat we bijna van de bank afvielen. We overwogen even de hulpdiensten te bellen, maar beseften gelukkig dat Zeeman een ervaren rot was. Of gewoon een onmiskenbare aandachtshoer, die na een paar slagen en gestunt weer uit zee kwam, de handdoek ombond en blootvoets de stad in ging. Alsof het niets was.

Als 2020 als een snertjaar de geschiedenis ingaat, dan dank ik desondanks alle schrijvers, kwetteraars, Wimmen en Zeemannen die het verschil maakten. Die ons heel even zorgen deden vergeten, verbaasden en lieten genieten. Al hadden we dat uiteraard nóg meer gedaan wanneer Zeeman het Speedo’tje dinsdag volledig achterwege had gelaten. Maar tussen droom en daad staan wetten en praktische bezwaren in de weg. En een ijzige wind die, naja, zowat alles doet verschrompelen.

(*Harriet Beecher Stowe)