bene van eeghem blog

Les Hollandais et les suisses

Even aan namedropping doen: ooit zat ik met Sarah Bettens aan de ontbijttafel in Leuven. Ze speelde met K’s Choice op Marktrock en ik mocht de dame in haar hotel voor dag en dauw interviewen. Het was oergezellig – of wat had u gedacht – en tussen de gesprekken door vroeg ik haar wat ze nu eigenlijk het meest miste aan België. “Bruin brood en verse pistoleekes”, zei ze, “want dat kennen ze in de States niet. Hier heb je ’t vers van de bakker, daar is alles voorverpakt en gesuikerd. Ik mis dat verschrikkelijk dus als ik hier terug kom, is brood het eerste wat ik koop. Bij een warme bakker.”

Warme bakkers zijn een godsgeschenk. Daar moest en moet ik Sarah Bettens volmondig gelijk in geven. Het toeval wil nu dat er bij ons ook eentje om de hoek resideert. Oude stijl, traditioneel ingerichte zaak, weinig franje. Ze verkopen er vers brood, verse pistolets en koffiekoeken. Geen patisserie, snoepgoed of frisdrank in de etalage: onze warme bakker houdt zich aan de basics. Die eenvoud en traditie maken dat u er op zondag gegarandeerd een poos in de rij moet staan voor u met een zak vol artisanaal warms buiten wandelt. Maar dat heeft een mens er graag voor over. Aanschuiven is bovendien een vorm van socializing: broodnodig in tijden van ver doorgedreven individualisering. Dat kan ik niet genoeg herhalen.

De buurtbewoners geven hier op zondag al aanschuivend hun keek op de week, tot ze aan hun bestelling toekomen. Ik geniet daar met volle teugen van, ook al waren de thema’s gisterochtend weer oerklassiek en hypervoorspelbaar.

“Het weer was bijzonder goed deze week, madam.”
“Dat bezoek van Obama (spreek uit: O-bamma) kreeg toch iets te veel aandacht en hebt ge gehoord wat dat grapje gekost heeft, madam? Miljoenen euro’s!”
“Maar toch straf dat Club Brugge die van Lokeren vrijdag weer het nakijken gaven. Blauw-zwart is méér dan gezegend met de komst van Preud’homme, madam.”
“En je klapt toch treffelijk ze Vlams é zeg!”(inderdaad meneer, hij doet zijn best, ik kan daar niks verkeerds over zeggen).

Gisteren geschiedde in die wachtrij plots het mirakel der mirakelen: er doken twee Nederlanders op. Du jamais vu, want in Brugge zijn wij vooral Japanners en Russen gewend, ook al wijken die zelden uit naar de gouw Christus-Koning. Maar goed, de Nederlanders stonden er wel degelijk en ik was zeer benieuwd naar hoe ze zich in een plaatselijke bakkerij zouden handhaven. De opener “Hai!” (klant tegen bakker) zette meteen de toon. Iedereen keek op, want “hai” is-alles-wat-wij-niet-zijn. Een enkeling achter me vezelde meteen: “Ollanders, verdimme. Wad en z’ier nu binnen hesmeten!”

De Nederlander (zijn vriendin leek zwijgplicht te hebben) negeerde die reactie vrolijk en bestelde na dat “hai” prompt twee broden. Hij benadrukte drie keer dat die zeker niet gesneden moesten worden. “Neej hoor, hoeft niet, doen we zelf wel thuis!” De rest kunt u raden. De vezelende klant achter me manifesteerde zich alweer met een knipoog: “Vuuf cent bespoard sè. Zieme gierig? Njeem, njeem, njeem, madam, me zien nie gierig.”

En het beste moest nog komen. De Noorderbuur wou gelijk ook koffiekoeken bestellen en overlegde even met zijn in stilzwijgen gehulde vriendin. Hij vroeg vervolgens uitleg aan de bakkersvrouw over de vulling van de koeken. Die antwoordde beleefd: “Dat zijn suissen, deze zijn met frangipane, deze met crème.” Waarna stilte. Want hoe graag sommige Nederlanders ook koketteren met Frans vocabulaire: crème, suissen en frangipane zijn boven de Moerdijk even bekend als de voortplantingstechniek van de Midden-Afrikaanse bosmier. Er volgde in de bakkerij dan ook stuntelige verwarring en de bestelling raakte niet afgerond. (resultaat: een immer langer wordende rij buiten, intussen al tot aan de hoek van de straat)

De bakkersvrouw voelde aan dat ageren noodzakelijk was, dacht even na en zei toen kordaat: “Dit is met rozijnen en suikerglazuur (de suissen), dit is met pudding (crème) en dat is met ehm, allez, dinges… amandelspijs!”

Amandelspijs: amai. Een schoner purisme om Nederlanders over hun frangipanevrees heen te helpen, bestaat gewoon niet. In gedachten applaudisseerde ik omdat de uitbaatster ‘t zo tactisch aanpakte en de man prompt uit zijn lijden verloste. Hij besliste zonder veel verder nadenken: “Doet u me van elks twee, dankjewel.”

De zak werd gevuld. De Nederlander rekende af en verdween met zijn vriendin, de suissen en frangipanekoeken uit de bakkerij. Op naar de ontbijttafel en naar de ongeëvenaarde Belgische sensatie van vers gebakken brood en koeken. Daarvoor keert iemand als Sarah Bettens dus terug uit de States en daarvoor zakt een Nederlander al eens af naar Christus-Koning. Het deert me eigenlijk niet dat hij bespaard heeft op zijn gesneden brood: voor de smaak heeft-ie wel geld op tafel gelegd. Da’s het enige wat telt. Howdoe!