bene van eeghem blog

Bruce en het brood

Met een rugzak tussen borst en arm geklemd, de portefeuille in een hand en koortsachtig zoekend naar de klantenkaart met de andere hand: zo begint ge elk uitje naar de supermarkt. De volgorde van de handelingen die ge maakt is altijd dezelfde en altijd even zenuwslopend. Na het gegoochel met zakken, vakjes en ritsen moet de opgediepte klantenkaart ook nog gescand. De portefeuille terug in de rugzak gestopt. De rugzak dicht geritst en de handscanner uit het oplichtend vakje geplukt. Motorisch gezien is het een stressmoment van formaat.

Toch kwijt ge u met verve van de taak en net voorbij de inkompoortjes van de winkel glundert ge kamerbreed: ge hebt niks laten vallen. Zijt nergens over gestruikeld. Zijt tegen niemand aan gebotst en hebt uw scanner nog vast: hoezee! Met die gedachte in het achterhoofd loopt ge naar de afdeling brood en gebak.

Het is haar stem die u tactisch uit evenwicht brengt: de collega van op het werk. Ze zegt vriendelijk gedag maar weet niet hoezeer ze u daarmee uit uw concentratie haalt. Ge draait u om en wilt antwoorden, waardoor de scanner-die-onder-uw-arm-zat er gewoon tussenuit floept. In paniek wilt ge het ding grijpen, maakt ge een schijnbeweging en laat ge uw ongesneden brood gelijk vallen. Het landt vol op de vloer, naast een gehavend bakske, nu met een joekel van een verse barst op het display.

“Shit!”, zegt de collega met een bedrukte glimlach. “‘t Is precies niet ’t juiste moment om te klappen!”
“Neen, precies niet. Maar toch blij dat ik u hier zie!”, antwoordt ge vrolijk.
Waarna zij uw scanner en het brood helpt oprapen en vraagt of het gaat lukken. Ge zegt ja, vaneigens, en ge slentert met de handen vol naar de snijmachine.

Op dat moment hoort ge door de luidsprekers die ene hit van Springsteen waar ge vanbinnen immer en volledig week van wordt. Hij zingt van de ruige liefde, dat hij het de enige is die ze u kan geven, en dat al uw vorige lieven daar niks bij voorstellen. Ge neuriet mee – f*ck, wat een plaat! – en ge zijt plots danig van uw melk, dat ge het brood in de snijmachine gooit maar vergeet wat er daarna nog moet gebeuren. Terwijl de sneetjes aan de voorkant van de machine als dominostenen uiteenvallen, kweelt ge ontroerd verder:

Well it ain’t no secret
I’ve been around a time or two
Well I don’t know baby
maybe you’ve been around too

Het is de man aan de belendende snijmachine die u uiteindelijk terug met uw voeten op de grond zet.
“Kind, gaat het?”, vraagt hij bekommerd. “Ge zijt precies van de wereld. Zo geraakt dat brood nooit meer deftig in die zak…”

Ge schrikt danig dat ge – te laat en met te weinig concentratie – naar de losse sneetjes grijpt en vergeet dat de scanner terug onder uw arm zat. Ge ziet het onding voor de tweede keer de tegels kussen en ruikt de chaos: ze is compleet. Ge denkt aan Murphy, ge zucht, maar ge zijt blij dat Bruce gewoon blijft zingen. Op zijn melodie raapt ge uw aankoop en laatste moed bijeen, en stapt ge naar de kassa.

De kassierster ziet u komen en vraagt zoals altijd:
“Is alles gelukt?”
Ge zegt van ja.
All you gotta do is say yes.

Dan ziet ze het half kapotte toestel en de twee euro en tien cent op de toonbank.
“Veel kon er ook niet misgaan hé”, grinnikt ze.
“Niet echt, neen…”, antwoordt ge met een blos op de kaken.
Ge zucht nog eens, en dieper dan ooit.
Omwille van uw gekluns. Uw gesukkel.

Maar Bruce troost u:
If you’re sure you’re ready for love,
Baby I’m tougher than the rest.

Waardoor ge badend in gelukzaligheid huiswaarts keert.