bene van eeghem blog

Kweken geeft geen garanties

Auteur Oscar van den Boogaard liet zich dinsdag (17/03/2015) nogal laatdunkend uit over jonge kinderen en het gebrek aan opvoeding dat ze krijgen. Vandaag dien ik hem van antwoord op de opiniepagina van De Standaard.

Beste Oscar,

De opvoeding van kinderen, of het gebrek daaraan. Daar maakte u zich zo druk over(DS 17 maart). U hekelde zonder blikken of blozen hedendaagse ouders die koters niet opvoeden, niet in vraag stellen, niet bruuskeren. Als waren ze ‘suikergoed ‘ – uw woorden. Uw verdraagzaamheid gaat zelfs aan diggelen als u die zogenaamde goudstukjes ziet joelen, krijsen op een terras. En dan stuurt u die koters ongegeneerd wandelen.

Ik werd er stil van. Ik heb heel het discours met aandacht gelezen, tot twee keer toe. Meent u dat nu? Dat volwassenen vroeger allemaal dezelfde waarden en normen hadden, wat opvoeding betreft? Dat autoritair zijn het laatste is wat ouders tegenwoordig willen? Dat ze geloven dat de minste kritiek hun kinderen traumatiseert? En dat de opvoeding zelf niet in vraag wordt gesteld?

Als de conclusies die u op kousenvoeten trekt niet zo schrijnend waren, had ik er vast hard om gelachen. Maar uw redenering houdt geen steek en is kwetsend bovendien. Want ziet u, hier spreekt een moeder van twee jonge kinderen. Van die goudstukjes die gekoesterd worden thuis. Zulks is normaal. Het heet ouderliefde en als elke tweevoeter op aarde zijn fair share van die liefde ervoer, zag de wereld er een stuk beter uit. Een ouder die een kind bejegent staat niet per definitie gelijk aan een ouder die het kroost niet opvoedt. Niet gelooft in autoriteit. Geen kritiek uit als zoon- of dochterlief ontspoort.

Ik doe het nochtans, kinders ‘kweken’, zoals we het in Vlaanderen graag noemen. Alle ouders die ik ken doen dat óók: kweken. Dag in, dag uit. Kinderen de weg wijzen en hen leren wat mag en niet mag. Hen diets maken hoe je je in een samenleving beweegt. Respect bijbrengen, normen en waarden – zoals vroeger, weet u wel. Koesteren. Ze doen het allemaal en dat proces is intensief, vaak ondankbaar. Het gebeurt met vallen en oneindig veel opstaan. De garantie dat die ukken zich later conform onze geijkte maatschappelijke normen zullen gedragen, zit er nooit volledig in. Wat u daar ook moge over denken.

Als u snakt naar empirisch materiaal, dan geef ik het graag uit eigen hand mee. De jongste bij ons thuis is net geen 5. Gedreven ventje, vrolijke frans, assertief en erg verbaal. Hij komt er wel, maar we weten al dat zijn intellectuele capaciteiten – al gruw ik van dat begrip – ’n tik hoger zitten dan gemiddeld. Hij ligt al eens in de knoop met die prille wijsheid. Het maakt dat hij op de meest onvoorspelbare momenten acuut uitbarst – ‘de wereld begrijpt hem verkeerd’ – en soms durft aan te vallen. Dat als moeder zien gebeuren is choquerend. Je staat machteloos te wezen, botst op de eigen grenzen en de buitenwereld kijkt je met de nek aan. Uit onwetendheid. Want ach, als we met z’n allen wat strenger waren, dan zou het er wel anders aan toegaan met die lastige kinderen, toch?

Samengevat: dat zou het niet. Omdat elk kind verschillend is, elke aanpak van elke ouder ook en elke uitkomst uniek. Opvoeden is een individueel pedagogisch project. Ouders slagen daar alleen in als ze ervaren dat de maatschappij hen helpt om het verhaal te dragen. Hen steunt in het zoeken naar oplossingen bij problemen en bij het liefdevol grootbrengen van dat gebroed. Dat heet niet: zich er als derde mee bemoeien, ongezouten een mening spuien en – godbetert – lawaaierige kinderen wandelen sturen.

Beleefde groeten,

Benedikte

PS: becijfert u eens hoeveel procent ‘al die kinderen in talentenjachten op televisie’ uitmaakt van alle kinderen in dit land? Verwaarloosbaar. Irrelevant ook, in dit debat. Maar dat had u vast zelf door.

Het opiniestuk van van den Boogaard

Mijn reactie in De Standaard