bene van eeghem blog

De jongen op de hoek

Drie jaar lang al zeg ik vrolijk gedag tegen hem. De jongen op de hoek van de straat. Hij staat er nagenoeg elke ochtend of middag en moet één van de meest vertrouwde gezichten uit de buurt zijn. Donker haar, doordringende blik. Leeftijd: tussen de 30 en de 40. Schijnbaar onbewogen, en toch heel erg begaan met de dingen. Zijn naam ken ik niet. Ik weet alleen dat hij kleur aan het leven geeft.
Zoals op die momenten wanneer we richting school stappen. In de winter is het vaak nog halfduister en moet ik twee verstrooide huppelaars meetronen. Maar wanneer we het kruispunt naderen, heeft hij ons al in de gaten. De kraag van zijn jas is opgetrokken en de vuisten zitten gebald in zijn broekzakken. Hij slaat het verkeer gade, lijkt de voorbijrijdende auto’s te tellen en zwaait naar al wie even vertraagt of in de buurt woont. Ook naar ons. We steken over en hij roept meteen: hallooooo! Het gaat een fractie harder dan wanneer andere mensen dat doen. Net omdat hij ook een beetje anders is dan andere mensen.

Wat zo geweldig leuk is: hij noemt me consequent ‘meistje’. Nadat hij Marcel, Guido of Mariette de hand heeft geschud. Mijn naam kent hij niet. Bij elk treffen wil hij vooral weten hoe het met de kroost gaat. Het ‘meistje’ meldt hem dan dat alles op wieltjes loopt.

In het begin keken mijn ukken wantrouwig toen ze hem kruisten. “Die meneer praat raar mama, en hij staat zo te kijken…”. Maar na drie jaar weten ook zij dat er geen kwaad in hem schuilt. Dat de luide stem even vertederend is als de menselijke warmte die hij uitdeelt. Hij is de jongen die ervoor zorgt dat buren een babbel slaan op straat, ongeacht uur of temperatuur. Hij is de jongen die de wegenwerken geboeid volgt, elke schep van de kraan registreert en vuilnismannen de zakken aanreikt wanneer de ophaling aan de gang is. Hij is het die de slee helpt trekken wanneer mijn kinderen ‘putje winter’ door een dik pak sneeuw naar school glijden.

Hij houdt ook van ijsjes, als het zomert. Op een zonnige juliavond keerde ik met de kroost terug uit het park in de buurt. Mijn jongste liep naarstig te likken aan een hoorntje en de vegen chocolade zaten overal. De jongen stond op ‘zijn’ vertrouwde hoek van de straat en zag ons alweer naderen. Hij riep hardop: “Jij hebt een ijsje!”. Mijn jongste riep terug: “Van mijn mama gekregen! Wil je ook een ijsje?”

Hij knikte van ja. We gingen naar huis, haalden voor hem een ijslolly uit de diepvriezer en trakteerden op de stoep. Hij was zot van contentement en at het gekleurde onding vol smaak op. Sindsdien helpt hij al eens spontaan een tas dragen, als ik van de buurtsupermarkt naar huis stap en toevallig zijn weg kruis. Hij reikt me de hand, maar nooit opdringerig. En nooit voor hij “dag meistje!” heeft geroepen.

Ik zou me de buurt niet kunnen voorstellen zonder die jongen op de hoek van de straat. Hij geniet van dingen die wij niet zien en doet dingen die wij niet doen. Hij is anders. Facebooken is vast niet aan hem besteed en bloggen evenmin. Maar sociaal netwerken: dat zit hem in het bloed. Verdomd mooi vind ik dat.