bene van eeghem blog

Mama is lieffffff

“Mama…. Ik vind jou lieffffff.” Met een héél lange ffff. Zo zeggen Mindy en Toby het hier graag. Wanneer ik ze instop. Wanneer ik een verhaaltje heb voorgelezen. Of wanneer we een soort oergezellig knuffelmoment inlassen, alle drie in pyjama, op een zalige zondagmorgen. Dan is heel de wereld mooi en zijn we alle ruzies vergeten. Dan komt er ongeveer 40 kilo jong geweld aan mijn nek hangen. Dat is telkens nipt ontsnappen aan een hernia en toch gelukkig zijn met zoveel genegenheid.

Mama is dus lief. Yes! Maar hoe overtuigd ze dat ook verklaren, voor hetzelfde geld heb ik twee minuten later compleet afgedaan. Immers: mama kan ook zagen, als het geen zalige zondagmorgen is. Dat weten Mindy en Toby evenzeer en als ze de zaagmodus voelen aankomen, is mama alles. Behalve: liefffff. Want ik herhaal godganse dagen hetzelfde. Ik onderstreep eindeloos dat je beleefd moet zijn (“dank u wel” en altijd met twee woorden spreken!) en dat je rechtop zit en niet hangt aan tafel. Ik zeg trouwens ook dat schelden, roepen en vloeken nergens toe leiden. Ik krijg het aan mijn tikker als er wéér eens een ruzie uitbreekt over dat ene Duploblokje, waarbij zij uithaalt als een paracommando terwijl hij zijn tanden in haar knie zet. The survival of the fittest. Een wedstrijd die niemand winnen kan. Mama wordt er knetter van.

Ik beken: dat ik dan eindeloos begin te briesen en zeg dat ik er genoeg van heb. De helft van de kroost moet na zo’n incident verplicht afkoelen in de gang, de andere wordt met pruillip richting slaapkamer gestuurd. Mama vraagt zich hardop af “wanneer ze ooit eens gaan leren overeenkomen”. Terwijl ik me bij het stellen van de vraag haarscherp herinner hoe ik ooit zelf met een broer over de grond rolde en net geen bloed vergoot voor een elektrisch treintje of een stukje K’nex. We zeiden 50 keer per dag dat we elkaar haatten of dood wilden. Wanneer het er bovenhands op zat, beet ik traditioneel in zijn nek en kreeg ik een rake klop op de schedel terug. (reactie van ons moeder, anno 1985: “wanneer gaan jullie ooit eens leren overeenkomen???”)

L’histoire se répète, zoveel is dus duidelijk. Op wereldschaal en in het huishouden. Kinderen blijven kinderen en ouders proberen die elke dag met verse moed de juiste codes mee te geven. Zo werkt een samenleving, toch? Met codes? En tegelijk zijn die codes zo verdomd saai en voorspelbaar. Ik vervloek mezelf als ik voor de honderdste keer met een opgeheven vinger declameer: “Mannen, alstublieft…. een KLEIN beetje opruimen misschien? Heh? Stel je nu eens voor dat ik alles langs de grond laat slingeren? Zo gààt dat toch niet?” Op dat moment komt er geen “lieffffff” van de andere kant, maar alleen diepe zuchten. Rollende ogen. Gemurmel. “Pfffff, stomme mama. Opruimen is stom. Ik wil geen stom speelgoed opruimen.” (Toby, voor alle duidelijkheid. Op vier jaar deelt hij de hele wereld in twee categorieën in: lief en stom. Geen vijftig tinten grijs daartussenin.)

Als de zoveelste opruimcrisis is overgewaaid, komt de vraag voor een volgende activiteit prompt mijn richting uit. Op zo’n moment ben ik doorgaans drukdoende met boterhamdozen uitwassen, groenten stoven en alle mededelingen van de klasjuf lezen. Nogal stresserend. Hoogste concentratie vereist. Dan staat Mindy plots aan de keukendeur.

Zij: “Ik wil met de plasticine spelen.”
Ik: “Meid, alstublieft, niet nu” (in gedachten zie ik de stukjes overal kleven, van aan de schoenzolen tot in de sleutelgaten. Sleutelgaten opvullen met plasticine is zó leuk!)
Zij: “Maar mama…”
Ik: “Neen, meid, niet nu. En trouwens, als je iets vraagt, HOE vraag je dat dan. Een beetje beleefder misschien?”
Zij: (diepe zucht, ogengerol): “Mag ik met de plasticine spelen mama?”
Ik: “Niet nu, neen, doe iets anders.”
Zij: “iPad?”
Ik: (diepe zucht, ogengerol): “Ja. Oké.”

Die oké is de absolute aanfluiting van principe nummer 1 in het menage: op weekdagen geen iPad. Maar principes zijn saai, ik zei het al, en ze moeten nu en dan eens doorbroken te worden. Ten andere: het is genieten als de twee vedetten hier met hun veegtegel in de sofa landen. Op zo’n moment vinden ze me weer instant lieffffff, keert de rust terug en hoef ik er niet meer op te hameren dat het ook zonder ruzie kan. Of dat je met twee woorden hoort te spreken als je mama iets vraagt. Tot er vijf minuten later toch weer een relletje uitbarst omdat Toby met zijn Doolhof-app niet de topscore haalt die hij voor ogen had. Na ettelijke keren “jeuj!!!!” brult hij dan : “FUCK!”

Mijn tikker staat instant stil. De lieve mama spurt na zo’n grove kreet instant de keuken uit.
Ik: “WAT heb ik daar gehoord?”
Hij: “FUCK.”
Ik: “Dat zeg je niet. Dat is onbeleefd. Ik wil het niet meer horen.”
Zus: (mengt zich in de discussie) “Ja! En je moet met twee woorden leren spreken!”

Even stilte. Toby denkt na. En zegt dan voorzichtig: “Fuck… mama?”