bene van eeghem blog

Hier spreekt men Vlaams!

Schrikt nie as ge diejen titel ier leest. Ge zijt niet per abuis in ‘t ledenblad van de Vlaams-nationalisten beland. ’t Is alleen dawe in Vlaanderen wonen en dasse daar nu al eel wa dagen aant discuteren zijn over onze taal. Klappen wij Vlaams? Of spreken wij Nederlands? Om te weten oedatta precies zit kunde da testen. Gene zever, ge kunt da online doen,’t kost u nikske. Da kwiske is gemaakt door serieus volk van ’t unief in Leuven, de Taalunie en de Standaard (da’s die gazet die ’t minst leugens vertelt en dus ook minder lezers eeft dan al d’ander gazetten). Zijde nog mee?

-switch naar begrijpelijke en schonere taal-
(tedju, peinst ge, ’t was sjuust zo plezant!)

Taal is kostbaar goed, beste lezer. Goed voor zorgen dus, veilig bewaren en niet verkavelen (zoals hierboven). Wel: laten groeien en bloeien. De Vlaamse inslag mag er wezen, als u ’t mij vraagt en wat officiële test ook beweren. Speciallekes maken onze babbels en schrijfsels zoveel plezanter en kleurrijker. Als u in la Flandre Profonde woont, dan poetst u niet maar kuist u. Dan heet uw hok een kot. Dan ligt er op uw boterham een schel kaas in plaats van een sneetje en drinkt u koffie uit een tas. Jochei! Een regionaal vocabulaire! En de Nederlanders moeten dat gedikke maar snappen!

Voor de rel hier losbarst en ik prompt gelyncht word: even onderstrepen dat ik niks heb tegen de Nederlanders. Bien au contraire. Ik vind ze hartstikke gaaf, die lui. Maar als ze hameren op onze bijzonderheden – daar draait die taaltest ook om – dan doen ze dat voor de gein? Toch? Wij spreken geen Chinees, er zijn hoogstens andere accenten. Nuances. De Noorderburen moeten accepteren dat wij op onze poep zitten en rekkers rond onze boterhamdoos doen. Dat wij geld storten op de bank en botten aantrekken om in de regen te lopen. Dat wij uit ons vel springen als we ons gepakt voelen en kleren naar de droogkuis dragen als we erop gesmost hebben. Hier spreekt men Vlaams! (en de lijst van Vlaams-ismen is lang, ik zweer het u).

In ruil mogen onze Noorderburen uiteraard ook hun exotismen koesteren. En mochten ze eraan twijfelen: wij hebben die begrippen onder de taalknie. Oh jawel. Wij weten wat ze wensen als ze hier op een terras sjuderans of sinas bestellen met een tosti erbij. Wij laten hen daarna graag genieten van hun toetje. Als ze over klerezooi spreken, weten we dat we dringend aan de opruim moeten. Bij de term minkukel zien we in gedachten een asociale gebochelde nerd lopen en ach ja, we vinden het oké dat ze hun afval in de kliko pleuren. Dat ze pinnen, chippen, flappen tappen. Want… daar spreekt men Nederlands! (en wie zijn wij om daar tegenin te gaan. Taal is gans het volk).

Maar alle gekheid op een stokje: naast dat regionale verschil kan ook het lokale dialect in Vlaanderen voor verwarring zorgen. Voor Nederlanders én voor Vlamingen, en daar is de taaltest geeneens op in gegaan. In onze contreien bestaan er immers meer dialecten per vierkante kilometer dan waar ook ter wereld. Kid you not. De varianten van Gyverinckhove tot Genoels-Elderen zijn niet te tellen, de typische woorden evenmin. In West-Vlaanderen – mijn geliefde gouw – spannen we uiteraard de kroon, met kronkels, samentrekkingen en woorden die bij niet-ingewijden onnodig voor stennis zorgen. Het is goed dat te weten vóór u de provinciegrens oversteekt en tijdens een onderonsje met locals van de weeromstuit geen woord meer kunt uitbrengen.

Weet dat wij hier ongegeneerd auto’s binnendoen.
Weet dat de kassierster in het warenhuis uw aangekochte artikels zal afkloppen.
Weet dat tetten in regio Westhoek een vervoeging van ‘hebben’ is.
Weet dat kut een vervoeging van ‘kunnen’ is, maar dan in de hele provincie.

Geslachtsdelen.
Schuttingtaal.
Werkwoorden die weinig aan de verbeelding overlaten.
Weet: hier spreekt men West-Vlaams!
(en een verwittigd man… kut dor weh mee)

Taaltest: http://bit.ly/1EieDC7