bene van eeghem blog

Die andere Benedikte

Het was 1991 en herfstvakantie toen ik voor de allereerste keer Antwerp Expo bezocht. De plaatselijke bibliotheek had een dagtrip naar de Boekenbeurs georganiseerd: een openbaring voor een West-Vlaams tienermeisje dat toen al aan een ongeneeslijke boekverslaving leed. Na wat aanschuiven in de kille buitenlucht onder dwarrelende blaadjes, stapte ik vol verwachting Hal 1 van de beurs binnen. Ik verloor er instant mijn hart en de verliefdheid op boeken is met de jaren alleen maar toegenomen.

Verrassend herkenbaar, als je er toevallig ook zo aan hecht? Dan weet je als geen ander hoe goeie verhalen letterlijk onder je vel kruipen. Wanneer zulke verhalen twee weken lang op meterslange tafels aan indrukwekkende stands op de Boekenbeurs uitgestald liggen, ga je als verwoed lezer geheid door de knieën. Je bent geprikkeld, betast de publicaties, doorbladert ze, koopt ze en koestert ze vanaf dat moment als een eigen kind.

Zo’n verslaving heeft uiteraard een prijskaartje. In mijn stulp staan er honderden ‘dierbare kindjes’ in de kast. Of die collectie iets waard is? In harde euro’s vast niet, maar emotioneel en in taalrijkdom wel. Boeken inspireren me om zelf met taal te knutselen en voor dat enthousiasme is in 1991, op de Boekenbeurs, eigenlijk de grootste kiem gelegd.

Critici fronsen misschien bij deze lofzang, want je kunt heus minpunten opsommen bij dat jaarlijkse massa-event in Antwerpen: te veel commercie, te veel BV’s en kookboeken, te weinig échte literatuur misschien. Zo liet misdaadauteur Pieter Aspe vorige week weten dat hij dit jaar niet op de Boekenbeurs komt signeren: het entreegeld vindt hij afzetterij en auteurs worden van die jaarlijkse boekenhoogmis niet meteen rijker. Point taken. Maar tegenover dat belangeloze engagement van schrijvers en boekenmakers staat in het beste geval wél een indrukwekkend pr-platform. Als auteurs daar geen vervelend gevoel bij krijgen, kunnen ze zo het grote publiek ontmoeten en hun reputatie in de verf zetten. Dat publiek krijgt op zijn beurt de kans om te flaneren, te ontdekken en tientallen literaire vliegen in één klap te slaan. Daarvoor € 10 betalen, is niet onoverkomelijk.

Alhoewel. Om de kosten van een uitje Boekenbeurs te drukken, heb ik mijn uitgaven in het nobele jaar 2001 – precies tien jaar na ‘de vuurdoop’ in de Expo – één keer tot het inkomgeld beperkt. Ik trok met het gepaste bedrag in cash naar Antwerpen, zonder portefeuille of bankkaart. Het was de enige manier om geen impulsaankopen te doen en zonder stapels literatuur huiswaarts te keren. Maar de tactiek bleek een maat voor niks, want pen en papier had ik wel bij de hand. Daarop noteerde ik tijdens mijn ronde op de Expo ijverig titels en eindeloos veel ISBN-codes. Een paar dagen later stond de volledige bucket list fysiek te blinken in een (overvol) boekenrek. Zo’n anekdote bewijst dat literatuur – ook op papier – nooit helemaal ten dode opgeschreven is.

Precies daarom ga ik in de komende week toch weer langs, daar in Antwerp Expo. Niet omdat ik zo erg aan de drukte of aan dat linnen zakje vol gadgets hecht. Ik heb ook geen trendy kookboeken liggen waar ik Pascale of Jeroen iets in wil laten neerpennen. Maar het hart voor boeken klopt nog steeds, zoals het dat in 1991 ook al deed. Ik kan ze op de Boekenbeurs op eigen tempo scannen, beslissen wat ik koop en wat er op het verlanglijstje voor de feestdagen komt.

Hoe lang die lijst wordt? Moeilijk te voorspellen. Hoezeer ik de nieuwe leesvoorraad zal koesteren? Eeuwig, net zoals dat allereerste exemplaar dat ik in 1991 kocht met wat zakgeld: ‘De kid’ van Freek Neirynck. De cover en korte inhoud spraken me aan, ik vroeg de auteur een beetje bedremmeld of hij er iets in kon schrijven. Hij wou mijn naam weten, en die bleek dezelfde als van zijn vrouw: Bénédicte. Neirynck droeg het boek op aan ‘die andere Bénédicte, met bijna even veel liefde’.

Ik bloosde, was stiekem vereerd en besef tot op vandaag: het was de enige keer in mijn leven dat ik iemand er niet op wees dat hij mijn voornaam fout had gespeld.