bene van eeghem blog

De inbreker pitcht

14 u, Boekenbeurs Antwerpen. Het meisje met blond haar knikt verwachtingsvol. Een man geeft uitleg, bladert tussendoor in haar script.Ze heeft een verhaal geschreven en wil het ook graag uitgegeven krijgen. Er hangt hoop in de lucht.

Een tafeltje verder is de man met donkergrijze mantel in een druk gesprek verwikkeld. Hij legt uit hoe hij zijn tekst heeft gemaakt, wat hij er zelf graag mee zou bereiken en… of deze uitgever kan helpen? Tegenover hem knikt een uitgever: ja, dat kan.

Script wordt boek

Zo gaat het op deze druilerige zaterdagmiddag, tijdens de workshop ‘Pitch bij een uitgever’ in het Schrijfsalon. Ambitieuze, onuitgegeven auteurs hebben het laatste punt achter een script gezet. Via de pitch hopen ze dat uitgever X of Y hun droom waarmaakt: script wordt boek. Alles verloopt gemoedelijk, mensen lopen af en aan. De pitches gebeuren op afspraak… tot de ‘inbreker’ opdaagt.

Hij is halfweg de vijftig. Hij heeft geen synopsis doorgestuurd, zijn komst naar het Salon is niet aangekondigd. Maar hij heeft toch iets te bieden, vindt hij. Hij neemt zonder afspraak plaats aan een tafeltje waar een uitgever niet in gesprek is. Die twijfelt even, maar geeft de man een kans.

Stapels papier en Vlaamse meesters

Daarop trekt de inbreker zijn koffer open en tovert een stapel papier tevoorschijn: stukken tekst hier, reeksen foto’s daar. Het project draait om Vlaamse meesters in Andalusië. De inbreker heeft er brede interesse in en wil die graag met de wereld delen. Hij licht zijn plan breed gesticulerend toe. De uitgever blijft in zijn rol en luistert met aandacht, maar intussen groeit er een lichte frons op zijn gezicht. Dan kijkt hij naar mijn tafeltje: oogcontact.

We lachen omdat we zonder één woord te zeggen, hetzelfde denken. Dat er al heel wat boeken over Andalusië bestaan. Dat er al heel wat boeken over Vlaamse meesters bestaan. Dat deze inbreker – met sjofele sportschoenen en een veel te grote koffer – een nogal gekke verschijning is tijdens deze pitch. Maar de inbreker laat zich niet van zijn stuk brengen. Hij onderstreept dat hij tekst en foto’s indien nodig ook in een groot Word-document kan doorsturen, als dat gemakkelijk is, en dat de uitgever dan…

Trop is te veel

‘Oh my’, denkt mijn hoofd. Ik zie de uitgever nog eens fronsen: gedrevenheid is mooi, maar te veel gedrevenheid is erover. Bovendien staat er intussen een andere bezoeker te wachten. Hij had een afspraak, hij wil deze uitgever nu zien. Vanaf mijn schrijftafel zie ik hoe de pitch beleefd maar versneld wordt afgerond. De papieren met tekst en fotoafdrukken blijven liggen voor verdere analyse. Daarna verdwijnt de inbreker – koffer in de hand – even snel als hij gekomen was.

Blik op de klok: bijna 15 u intussen. Die ene vreemde eend in de bijt heeft mijn aandacht van de andere auteurs in spe afgeleid. Ze duiken hier één na één op, doen hun verhaal, hopen op positieve respons. Voor iedereen geldt: pitchen is een intensieve bezigheid en de uitkomst blijft koffiedikkijken. Maar als je de stap hebt gezet, de babbel hebt gemaakt, over je project of synopsis hebt verteld en het advies ter harte neemt, dan sta je al een eind ver.

En gij nu, Bene?

Omdat brave bloggers zoals ik – haha – ook best graag een boek gepubliceerd zouden krijgen, overloop ik in mijn hoofd even hoever het met mijn eigen pitchproject staat. De balans is niet onaardig: ik heb al met een aantal uitgevers gepraat*, ik heb gezegd waarover ik schrijf en waarom ik schrijf. Die mensen hebben met aandacht naar mijn ideeën geluisterd en me keer op keer geadviseerd om ze concreet te maken: stop talking, start writing.

Wat ik ga doen. Geen uitstelgedrag meer, want het verhaal en de personages worden steeds prominenter in mijn hoofd. En waar ik met die stapel papier onder de arm dan ga pitchen? De tijd zal het uitwijzen. De uitgever met de opvallendste schoenen geniet op dit moment alvast mijn voorkeur. Ik heb ‘m discreet gespot aan zo’n Schrijfsalontafeltje. Duimen dat het me lukt!

(*zie blog van vorige week)