bene van eeghem blog

Oorlog en tartaar

Een tafel, een pen en de officiële antwoorden. Het zijn de oppermachtige wapens van elke quizjury. Onder het motto no mercy, rechtvaardigheid voor alles én een potje lol trappen, nam ik het voorbije weekend voor het eerst plaats aan zo’n jurytafel tijdens de quiz van het lokale feestcomité. Locatie: de parochiezaal. Het blijft de plek bij uitstek om een openbaring aan den lijve te ervaren.

Een openbaring werd het effectief, want buurtquizzen zijn een godsgeschenk voor elke grijze gemotiveerde hersenmassa. Het zweet parelt overvloedig op zo’n avond, bics klikken in-uit-in-uit en tanden knarsen tot ver buiten het quizlokaal. Sinds Quiz me Quick weet de wereld bovendien dat quizzen een bikkelharde business is. Elke ploeg wil de eer en de eerste plaats opstrijken. In het heetst van de strijd wordt vurig gediscussieerd over punten, komma’s en jaartallen. Er moet minstens één onduidelijke vraag aangevochten worden, of een glashelder antwoord in twijfel getrokken. Quizzen is oorlog. Een fout antwoord kan je doodvonnis betekenen. No mercy, alweer.

Of ik uit ervaring spreek? Ach, een heel klein beetje. Sinds een jaar of drie smijten we ons entre amis al eens in lokale en regionale B-quizzen, waarbij de algemene kennis op de proef wordt gesteld. We zweren bij een vierkoppige ploeg met wisselende samenstelling en opereren onder de naam Een Kleintje met Tartaar. De man-vrouwverdeling is bij voorkeur fiftyfifty. Bij elke quizdeelname doen we een beroep op één sportief, één cultureel, één geografisch-historisch en één algemeen onderlegd persoon. Dat heet: de ideale intellectuele cocktail. Shaken, not stirred.

Een Kleintje met Tartaar kon in het najaar van 2012 doorstoten naar de nationale finale van De Slimste Sos. We knokten tijdens de provinciale voorronde zo maar eventjes 22 ploegen uit de strijd, omdat we de landsgrenzen van het voormalige Oostblok, de songteksten van Jo Vally en de turner Epke Zonderland vlot in het juiste antwoordvakje plaatsten. Geheel ontdaan van smartphones en slimme media ontcijferden we codes, reconstrueerden we gezichten van vedetten en koppelden we filmtitels aan abstract-figuratieve schema’s. Hoe meer punten dat opleverde, hoe meer machismo we tentoon gingen spreidden. Schouders breed, uitdagende blik, en lippend: “Als Een Kleintje met Tartaar het licht ziet, rest er voor u alleen nog duisternis.”

Helaas moesten we tijdens die nationale finale toch onze meerdere erkennen in een ploeg uit Gent. Frustrerend, want we werkten ons drie uur in het zweet, schermden antwoordbladen af en riepen luidkeels wanneer we meenden dat een vraag verwarrend was. Maar de verbetenheid mocht niet baten en we werden gepakt aan de meet. Geen gouden medaille. Die kwam er wel twee weken later, tijdens de schoolquiz in Heist-aan-Zee. Een Kleintje met Tartaar doorspartelde er supra cum laude alle rondes en rijfde met de glimlach de titel én vier flessen van een goed jaar binnen. Keihard kicken was dat, zeker toen we de opvolgers in het klassement schaapachtig zagen afdruipen met de zoveelste reiswekker uit de Blokker of een kilo gehakt van de buurtslager om de hoek. (buurtslagers: gegeerde sponsors voor quizavonden, ik zweer het.)

Vorig weekend bekeek ik het voor één keer van de andere kant, aan die officiële jurytafel. Ik was in allerijl opgeroepen omdat een vriendin met haar hoofd boven de wc-pot hing. Zulks is moeilijk te combineren met jurywerk. De opdracht was evenzeer ‘kicken’, vanwege de rode pen, de niet ter discussie staande officiële antwoorden en het streepje gezag dat ons toebedeeld werd. We legden het eindklassement streng maar rechtvaardig vast. Malala is niet Malawi. Een “oerejoagere” (Brugge only) is een vlinderdas, geen stropdas. Het uitvergrote logo van Bic was wel degelijk van Bic, niet van Carglass. En [BVE] is niet omkoopbaar, ook niet als u haar komt vertellen dat u ooit nog in het café van haar neef Geert aka “Papillon” aan de toog heeft gehangen. (wie heeft indertijd NIET bij Papillon aan de toog gehangen, hé?)

Twee ploegen kwamen ons ondanks die democratische onverzettelijkheid toch zeggen dat de scores niet klopten en dat we fout hadden geteld. We beriepen ons op onfeilbaarheid, een correct juryoordeel, en stuurden de criticasters meteen wandelen. Desondanks vond ik dat jureren dikke pret en bijzonder ontspannend. Alleen zonde dat we geen bonuspunten konden toekennen aan de grappigste blunder. Bij de vraag “Welke bevolkingsnaam gebruikt men om te zeggen dat een vrouw haar maandstonden heeft?” dook als foutief antwoord “Chinezen” op. Zwart op wit genoteerd op een antwoordblad. Toen ik dat zag staan, plooide ik prompt dubbel en legde mijn brein alleen nog de link met spleten allerhande. Twisted, maar waarschijnlijk zat de hoeveelheid gerstenat van die avond er voor veel tussen. We keurden het antwoord uiteindelijk af, met grondige kennis van menstruatiezaken. Ik wed dat de Russen mij daar tot aan mijn menopauze erkentelijk voor zullen blijven.