bene van eeghem blog

Confidenties van Diane

Het is vrijdag, kort na de middag. Het moment waarop elke zichzelf respecterende Vlaming zich aan een rondje huishoudaankopen waagt. Ik ben op post bij mijn vertrouwde supermarkt. De glazen deuren schuiven open en het neonlicht lacht me toe: laat het avontuur beginnen!

Zonder lijstje en met blind vertrouwen in het (lichtjes tanende) geheugen pluk ik vanalles-en-nog-wat uit de rekken. Groenten, fruit, vegetarische ditjes en datjes, knabbels, drank en een ruime voorraad chocolade landen pijlsnel in mijn winkelkar.

Ter hoogte van de zuivelafdeling zie ik haar plots staan: een dame, halfweg de vijftig. Ze heeft lak aan stijlvolle kleren en een swingend uiterlijk. De overmaatse jurk met manke print slobbert om haar logge lijf. Haar afgedragen sportsandalen vloeken met helgekleurde sokken. De mouwen van haar jasje hebben hun beste tijd gehad en de laatste haarkleuring dateert van minstens drie maanden geleden. De lokken hangen troosteloos over haar schouders. Ze zucht en kijkt naar de dame naast haar, die assisteert bij de aankopen.

“Melk, Diane*?”, vraagt de dame beleefd. Zij heeft kortgeknipt haar, oogt lentefris. Ze is het hulpvaardige tegengewicht van haar metgezel. Diane zucht even en weet niet goed raad met de vraag. Dan besluit ze dat melk oké is.

“Maar niet meer dan twee dozen”, voegt ze eraan toe. “Anders wordt dat zuur en mag ik het wegkappen. Da’s altijd hetzelfde liedje bij mij, daarom dat ik liever cola drink. Cola bewaart beter.”

De assistente glimlacht voorzichtig en laadt gedwee twee melkdozen in de kar. Ze polst opnieuw: nog wat yoghurt misschien, of kaas of sneetjes ham voor bij het ontbijt?

Diane schudt het hoofd. “Neen, merci. Mijn lichaam verteert dat moeilijk. Ik eet liever gewone dingen.”

Op dat moment valt mijn oog onbedoeld op de inhoud van haar kar. Ik zie zakken chips met verschillende smaken, wat brood, en een immense voorraad tv-worstjes. Ik wil er liever niet te hard over nadenken en probeer deze markante klant voorzichtig links in te halen. Maar dan duikt een man quasi uit het niets op en blokkeert hij vakkundig de doorgang.

“Diane!”, zegt hij gemütlich en een tikje te luid. “Dat ik u hier moet treffen! Lang geleden! Hoe is het nog, kind?”

Ze zucht opnieuw.
“Slecht, Jean, verschrikkelijk slecht.”

Ik voel me instant een stoorzender, gevangen in een gesprek waar ik geen deel van wil uitmaken. Maar vluchtroutes zijn er niet. De enige optie: het hoofd koel houden.

“Hoe bedoelt ge, slecht, Diane?”, vraagt Jean.
“In de liefde! ’t Marcheert niet. Nooit.”

Er valt een gênante stilte. Jean pareert ze in stijl.
“Allez Diane, allez. En hoe komt dat, peinst ge?”

Ik heb Jean plots door. Hij is een beetje van een sloeber. Kent uiteraard het antwoord op de vraag, maar zit niet verlegen om wat plagerijen. Ik grinnik discreet. Diane slaat geen acht op me en gaat nu voluit.

“De laatste vent die ik gehad heb, da’s zeker drie jaar geleden. Ik probeer tegen mannen te klappen, echt waar, maar ze lopen altijd weg. Zeg me waarom. Ik ben toch van de kwaadste niet, Jean?”

“Nee Diane, da’s waar”, beaamt hij. “Maar ’t moet klikken hé. Sommige dingen hebt ge niet in de hand en de liefde zeker niet!”

Ze zucht nog eens. Mijn altruïsme piekt acuut en onverwacht. Ik wil Diane te hulp schieten en moed inspreken. Haar zeggen dat het goed kan komen, mits wat eenvoudige ingrepen. Een tandartsbezoek misschien, een afspraak met de kapper en een smaakvolle outfit: het zijn dingen waar mannen écht niet ongevoelig voor zijn. De tv-worstjes en de chips hoeven in dat geval niet eens van de lijst geschrapt. Maar uiteindelijk zwijg ik tactisch en trekt Diane zelf haar conclusies:

“Ik ben misschien niet meer zo jong, maar ik heb wel nog iets te bieden. Ze kunnen me krijgen zoals ik ben, Jean. Het beste zit vanbinnen.”

Jean knikt glimlachend, lichtjes gegeneerd, en wenst haar beleefd nog een fijne dag. Dan kruisen onze blikken elkaar. Hij verbijt in stilte lachtranen. Ik denk wat hij denkt, maar durf het niet hardop zeggen.

“Het beste zit vanbinnen”, fluistert Jean me grinnikend toe. “Maar zonder zaklamp is het daar toch verdomd lastig zoeken.”

* de namen van deze personen zijn fictief