bene van eeghem blog

(Piep.)

Herman van Veen wordt 75. We hebben maanden geleden kaartjes gekocht voor de show. De verwachtingen zijn hooggespannen als we die avond aanschuiven om de zaal te betreden.

Maar hoe vredelievend de zanger er ook mag uitzien, de spanning op de stoep is te snijden. Stewards hossen heen en weer, zeggen gedurig dat papieren tickets ‘links’ post moeten vatten en e-tickets ‘rechts’. Te grote handtassen worden niet toegelaten in de zaal! En de vestiaire is betalend! Wil de helderheid van uw smartphone op maximaal zetten, anders kunnen we uw tickets niet inlezen!

De stortvloed aan richtlijnen weerklinkt zonder ophouden. Ik krijg het er benauwd van. Alsof het laatste uur van de mensheid heeft geslagen. Maar we ondergaan de heisa gelaten en schuiven braaf aan, met andere e-tickethouders. Het komt wel goed.

Net voor we aan de beurt zijn, duikt er plots een issue op. De man voor ons beschikt over een digitaal ticket waar hij momenteel 100% tevreden over is.

“Fluitje van een cent, klik klik, het was zó online betaald”, zegt hij trots tegen zijn zoon.

De zoon beaamt. Ziet zijn eigen ticket met de scanner gecheckt worden. De verlossende ‘piep’ weerklinkt: hij mag erin. Maar bij zijn vader wil de zaak niet vlotten. De steward beweegt driftig op en neer met de scanner. En daarna nog eens van links en rechts. Geen ‘piep’.

Steward: “Kunt u de helderheid even op maximaal zetten en het ticket uitvergroten, meneer?”

De man kijkt naar zijn zoon en begint te panikeren. Dit stond niet in zijn scenario. Hij friemelt zenuwachtig met het touchscreen, probeert iets, maar het ticket blijft half opgelicht op de telefoon staan. De barcode uitvergroten lukt ook niet. De tweede scanpoging levert alleen stilte op.

“Ja, pa, komaan”, sakkert zoonlief. “Zo geraken we er niet in hé! Hebt ge die mail nog in uw inbox staan?”
“Welke mail?”
“Die met het ticket, tiens, hebt ge die gespaard?”
“Neen, ik heb die weggegooid, ik spaar geen mails.”
“Verdoeme toch!”

De spanning loopt op. We horen geknor en gezucht achter ons. De fans hebben geen zin in tijdverlies. Ze willen Herman liefst zien vóór hij 76 wordt. Dat begrijpt ook de steward, die een ultieme poging onderneemt met de scanner. Maar nog steeds geen ‘piep’.

“Ik begrijp het niet”, zegt de man hulpeloos. “Ik heb dat ticket toch goed in mijn telefoon gestoken nadat ik ‘m had geprint?”

Na die mededeling wordt het stil. Zoon kijkt vader verbijsterd aan. Wij, stille getuigen in de wachtrij, voelen dat er onheil nadert. Maar we houden ons kalm. Gieten geen olie op het vuur.

“Geprint? Ebde gij da geprint, pa?”, briest de zoon.
“Ja, manneke, vanuit die mail hé!”
“En hoe hebt gij die print dan in uw smartphone gestoken?”
“Ewel, ik heb er een foto van gemaakt. Gij zegt dat altijd tegen mij: een foto volstaat als bewijs.”

Ouch. Ik duik prompt dieper in mijn jas om mijn lach te verbergen, terwijl mijn gemoed wankelt tussen medelijden en charmant onbegrip. Vaderlief bedoelt het goed, maar het wonder van de technologie steekt vanavond de draak met hem.

“Maar enfin”, verzucht de zoon amechtig. “Gij zit hier een foto van een print te tonen? Geen wonder dat het niet marcheert! Da kannie hé, pa!”

De steward ontzenuwt het crisismoment en adviseert vader en zoon om zich tot de onthaalbalie te wenden. Misschien kan het daar worden opgelost want neen, meneer, zo’n gefotografeerde barcode wil de scanner écht niet lezen. Sorry. Waarop beide heren de wachtrij met gebogen hoofd verlaten.

Terwijl ze wegwandelen, bloedt mijn hart. Omdat internet, printers en smartphone de generatiekloof soms meer verdiepen dan dichten. Technologie is in dit geval een dirty motherfucker, een stoorzender waar vaderlief niet beter van wordt. Diezelfde avond verwoordt ‘zijn’ generatiegenoot Herman het als volgt:

“Ouder worden is een proces. Het begint vanzelf, het gaat ook vanzelf weer over. En plots gaat er een wereld voor je dicht.”

(Piep.)