bene van eeghem blog

De karretjeskwestie

Geachte heer de Polignac
Beste CEO van Carrefour

Ik neem met hoogdringendheid contact met u op. Als inwoner van de geroemde werelderfgoedstad Brugge deed ik een onthutsende vaststelling op de parking van mijn buurtsupermarkt Carrefour “Scheepsdale”. Aangezien u die hele winkelketen virtueel in uw binnenzak heeft zitten, vraag ik om een dringende interventie.

Een week of drie geleden dook er een colonne graafmachines en pletwalsen op de parking van het filiaal op. Vreugd alom, want het terrein lag er al een poos belabberd bij, met verweerde boordstenen en verzakkingen her en der. Na elke regenbui moesten wij bijna met zwemvliezen en snorkels dobberen tot aan de ingang van de winkel: aan een heraanleg viel dus niet te ontsnappen.

Tijdens het weekend van 22 en 23 april jongstleden heeft een ploeg gedreven bouwvakkers zich met materiaal, man en macht van deze taak gekweten. In ijltempo werd de grond afgegraven en weggevoerd, kwamen er nieuwe boordstenen en werkte men alles af met perfect genivelleerde tarmac. Zondagswerk was geen bezwaar. Daardoor is onze winkelparking nu in ere hersteld: geen putten meer, geen steengruis meer, geen gesukkel meer. Hulde!

Toch hebben de stielmannen, geachte heer de Poulignac, tijdens de blitzoperatie een uitschuiver van formaat gemaakt. In deze geciviliseerde samenleving is het namelijk gebruikelijk dat parkeerterreinen van winkels ook rekening houden met de minder mobiele medemens. Die mag, mits in het bezit van een genormeerde ‘parkeerkaart voor personen met een beperking’, parkeren aan de ingang van een winkel, op de daarvoor voorziene blauwe vakken. Ook Carrefour hanteert het principe al decennia.

Maar sinds de parking in Scheepsdale een make-over kreeg, zitten wij met een fors probleem. De drie vertrouwde blauwe vakken zijn sans gêne gereduceerd tot twee vakken. Zomaar. Eentje ervan – nochtans afgewerkt in kraakverse helblauwe verf mét een witte rolstoel erop – is nu een overdekte parking voor winkelkarretjes geworden. U leest het goed: exit mens met beperking, welkom winkelkar. Het eindresultaat oogt danig absurd dat ik u een foto als bewijs meestuur. Als u ernaar kijkt, lacht u zich vast een breuk om zoveel amateurisme.

Pas op: ik ben een mild persoon en wil nog enig begrip tonen voor deze blunder. De aannemer zal het begrip ‘karretjes’ – het woord dat wij in Vlaanderen ook wel gebruiken om ‘rolstoelen’ te benoemen – vast iets te ruim geïnterpreteerd hebben. Zodoende verving hij het vak voor mensen die IN een karretje zitten, door een vak voor wie MET een karretje gaat winkelen. Het is een schoolvoorbeeld van spraakverwarring, een fenomeen waar ook in de Bijbel al sinds eeuwen melding van wordt gemaakt.

Toch zult u het, ondanks de ‘geinigheid’ van deze situatie, met mij eens zijn, meneer de Polignac. Een winkelketen als Carrefour kan zich deze uitschuiver gewoon niet permitteren. Daarom vraag ik met aandrang dat u als CEO het heft in handen neemt, de zeilen hijst, alle hens aan dek haalt en sito presto voor een oplossing zorgt.

U belt de betrokken aannemer of om het even wie over de spierkracht en de middelen beschikt om die carport voor winkelkarren te ontmantelen. Liever vandaag nog dan morgen. U zorgt ervoor dat ze elders op het terrein terug opgetrokken wordt en dat het blauwe vak in ere hersteld wordt, zodat mensen met een beperking er niet langer de duimen moeten leggen voor de ‘karren’ van Carrefour. Of om het woorden van uw ex-concurrent Vermaelens Projects te zeggen: een kleine moeite, voor een wereld van verschil.

Zorgt u daarvoor, meneer de Polignac? De wereld zal u bijzonder dankbaar zijn.

Met beleefde groet,

BVE
trouwe klant van Carrefour Scheepsdale.