bene van eeghem blog

Marsmannetje opereert

Donderdag. Dagkliniek. Ik ben geen liefhebber van deze plek maar weet dat het slechts voor heel even is. Twee verplegers rijden het bed aan ijltempo de gang uit. Het voelt alsof ik in een film zit. Hoogspanning zonder acuut levensgevaar. Geen infuus aan het bed, geen monitor die aangeeft dat de hartslag niet doet wat ze hoort te doen. Gewone een kleine ingreep ‘aan de hand’

We staan aan de lift en moeten 6 verdiepingen naar beneden. De display boven de deur toont cijfertjes – 2, 3, 4 – maar valt gedurig stil op verdiepingen waar we niks mee te maken hebben. De verpleger zucht, zijn collega ook. Ik ben de patiënt maar voel dat het mijn taak is om hen gerust te stellen.

‘Geduld. Het komt goed. Maak u geen zorgen’, flap ik eruit.

Dan schuiven de deuren plots open en word ik naar binnen geduwd. Wat later rijden we door helverlichte gangen. De steriele zone. Ik zie rekken met medisch materiaal en prothesen voorbijflitsen. It’s getting real. In het ‘voorgeborchte’ van de operatiekamer licht de anesthesist mijn arm vlot van onder de deken. Daarna ontsmettingsmiddel, gel, een echografie. Ze heeft de zenuwbanen in kaart en zegt dat er twee venijnige prikken zullen volgen. In de andere hand is er een infuus aangelegd, in geval van nood.

‘Even rustig ademen, komt goed’, zegt ze.

Ze prikt vakkundig. De arm wordt langzaam gevoelloos, tot in mijn vingertoppen. Ik blijf lachen.

Wat later ben ik al opgeschoven naar het operatiekwartier. Ik voel koude lucht en besef dat ik hier quasi zonder kleren lig. Ik bibber. De chirurg komt gezwind binnen, ingepakt in groene outfit. Met de muts erbij heeft hij iets van een marsmannetje. Hij vraagt of ik er klaar voor ben.

‘Bwa ja’, antwoord ik. ‘Maar kan de chauffage niet wat hoger? Het is hier precies een frigo jong!’

De assistenten lachen. Het marsmannetje ook. Dit wordt een routine-ingreep en er is ruimte voor humor.

‘Bon, geef madam een extra dekentje en zet de radio maar aan’, zegt de snijdokter. ‘En de TV ook, dan kan ze live meevolgen hoe we die hand in orde brengen.’
‘Ik kijk eigenlijk nooit TV’, reageer ik.
‘Niet moeilijk doen hé, madammeke’, zegt de man die nu achter een zeil verstopt zit. ‘Ik ben hier baas dus ge doet wat ik zeg.’

Ik grinnik. Ook wanneer het scherm aanfloept en ik de geopende huid van mijn eigen pols zie. De specialisten weten wat ze doen, denk ik, dus dat komt alweer goed. Intussen knalt er muziek uit de luidsprekers. De Manic Street Preachers zingen iets over motoren en leegheid. De chirurg vertelt me dat ze het zenuwkanaal in de hand netjes gaan blootleggen.

‘Ziet u het in beeld mevrouw, links en rechts? Daar gaan we de slijmvliezen weghalen die de miserie veroorzaken.’
‘Als u het zegt, geloof ik het, dokter!’

Het assertieve marsmannetje focust terug op de ingreep. Geeft doorlopend uitleg aan de assistent met een stortvloed van Latijnse woorden: subcutis, flexie, extrabursaal, nervus medianus. De gemiddelde Romein zou het er niet droog bij houden

Een paar minuten en snelle, minutieuze handelingen later is de ingreep al achter de rug. De chirurg vertelt intussen aan zijn team dat hij daags voordien een succulente steak bearnaise at – topkwaliteit! – en dat hem dat straks nog wel eens zou smaken.

‘Zeg!’, reageer ik vanop de tafel. ‘Ik heb sinds gisteren niks meer gegeten, kunnen we het over iets anders hebben misschien?’

Waarop: schatergelach van het hele team. De geopereerde hand wordt vakkundig ingepakt met kilometers verband. Met een joekel van een vuist mag ik rechtstaan van de operatietafel: patiënte leeft nog, missie volbracht. En dan hoor ik Fritz & Paul Kalkbrenner knallen. Sky and Sand. Het operatiekwartier is geen fuifzaal, maar met louter een schortje aan waag ik een paar danspasjes.

‘Dat ziet er goed uit hé, mevrouw’, zegt de chirurg nog. ‘Nu recupereren en honderd keer per dag stretchen. Ze komen u straks ophalen hier en ik zie u over een maand terug voor controle.’

‘Thanks’, zeg ik en ik ga weer op bed liggen. ‘Maar kunt u nog één iets doen, dokter? Dat operatiemutsje van mijn hoofd halen, het staat me echt niet.’

Hij fronst, bulderlacht en doet wat ik gevraagd heb.

Ik hoor ‘man man man…’ terwijl hij wegwandelt en het hoofd schudt.
Ook opererende marsmannetjes staan op aarde af en toe perplex.

https://youtu.be/XINlEYXA3k0