bene van eeghem blog

Doodgewone dorpsjongen

Het is herfst. Het regent, al dagen aan een stuk. We zijn met de auto onderweg, van ergens naar ergens anders. Terwijl de ruitenwissers zwiepen over de voorruit -links, rechts, links, rechts- vraagt ze of het schijfje van Het Zesde Metaal nog eens in de speler mag.

“Het liedje van Ploegsteert, mama. Dat vind ik zo mooi.”

Wannes weerklinkt. Hij zingt over Frank Vandenbroucke, de nieuwe Merckx, het wonderkind met gouden benen. De man die Ploegsteert op de wereldkaart zette. Eerst doodgewone dorpsjongen, later wereldster op wielen. Hij was geboren om te excelleren op de fiets.

En in Ploegsteert zei de paster:
“’k wiste van niets,
mo God ès van oes p’rochie
en riedt met de fiets.

Ploegsteert vertelt het verhaal van een gevallen held. Een coureur, barstend van talent, wankelend tussen faam en fragiliteit. Ik heb het al ontelbare keren verteld aan haar en aan haar jongere broer.

Hoe het Vandenbroucke is vergaan.
Waarom hij met dat grenzeloze talent vaak in de knoop lag.
Hoe het hem een huwelijk kostte.
Hoe critici hem kraakten, nadat ze hem boven de wolken hadden getild.
Hoe hij uiteindelijk voor bandiet werd aanzien.
Hoe een doodgewone dorpsjongen zoiets niet aanvaardt.

Uw enigste verklaringe:
“Misschien zit ik geweun zo in mekoar”
was were wereldnieuws
Ze pakten u ton mee ‘lèk nen bandiet
Je zei: “Da ben ik niet…”

Wat er daarna is gebeurd? Ik weet het, zij weet het, we weten het allemaal. Excelleren op de fiets werd voor VDB op den duur sukkelen, struikelen, maar desondanks blijven schitteren. Eén tegen allen. Finaal verloor hij het gevecht tegen de wereld, om al de foute redenen. Hij stierf op 12 oktober 2009 en liet een vrouw en twee dochters na.

Zoender vrouw en kind
de colle woa dajje nog mee toope ‘ieng
was ’t gedaon
de schepper aa compassie
Je mocht goan.

VDB is gegaan, maar nooit vergeten. Tien jaar na zijn dood is het ultieme eerbetoon aan de man verschenen: het boek ‘VDB Forever’. Stijn Vanderhaeghe verzamelde schrijvers en kunstenaars die de man portretteerden in woord en beeld. Kleine Frank, geboren voo te koersen, gegaan om alle foute redenen.

De makers boetseerden, schilderen, fotografeerden, tekenden VDB. Als kleine uk, als Griekse god, als ploegende en verbeten coureur op kop. Als Frank die altijd wilde winnen. Als vader, als zoon, als te vroeg gestorven kind. Hij was amper 34.

Neen, ik heb het wieler-DNA niet met de paplepel meegekregen. Ik snap ook niet alles van de koers en de tactieken onderweg. Maar ik heb ‘VDB Forever’ wel bijzonder graag gelezen, van A tot Z, ademloos en ontroerd. Het is een eloquente en stilistische ode aan het heroïsch zwoegen en ploegen van een natuurtalent. Het is een buiging voor de sport waarin de strijdende kleine mens centraal staat.

“De dood is zo duidelijk, zo definitief en in het leven van VDB was zo weinig duidelijk en zo weinig definitief”, schrijft Mart Smeets.

“Tweede zijn was niet erg voor VDB, het was een regelrechte ramp. Te trots om te lossen”, schrijft Rodrigo Beerkens.

“Je was veel te getalenteerd om niet te fietsen, maar veel te intelligent en complex om enkel maar te fietsen”, schrijft Helmut Lotigiers.

Zelfs wie geen bal van de koers begrijpt, mag ‘VDB Forever’ niet missen. Het is een Naslagwerk met grote ‘N’ geworden, waardoor VDB nog een extra stukje onsterfelijkheid op zak heeft.

Is dat niet waar elke doodgewone dorpsjongen van droomt?

Fotoverslag persvoorstelling @ KOERS

 

 

 

‘VDB Forever’ (Stijn Vanderhaeghe)
is een uitgave van LANNOO.