bene van eeghem blog

Who you gonna call?

Een druilerige zaterdagavond. Dochterlief activeert de Netflix-app op de smart-tv en swipet gezwind door de programmagids. Wanneer ik informeer naar wat ze wil doen, luidt het: ‘een film kijken, tiens’.

Rewind: vroeger selecteerden wij daarvoor een zender of leenden we een cassette in de videotheek om de hoek, maar anno 2021 gaat het radicaal digitaal. Netflix mept de mensheid in de sofa plat met bodemloos vertier. Horror, comedy, drama, familiefilms, humor, cartoons én series van vroeger tot nu: je vindt het er allemaal.

Na enig gekissebis kiest de jeugd verrassend voor ‘Ghostbusters’ uit 1984. Een brok jeugdsentiment voor mensen van ‘mijn generatie’. Toch breekt het angstzweet me na de beslissing even uit, omdat ik als uk een disproportionele angst had voor spoken en het paranormale. Ik schreeuwde de longen uit mijn lijf toen Slimer en de zijnen destijds op het scherm verschenen. Toen één van de acteurs bezeten raakte door demi-god Gozer, dook ik zelfs hysterisch achter de sofa, tot groot jolijt van een oudere en immer onversaagde broer.

De angst is nooit volledig weggeëbd, maar moeders van in de veertig horen zich volwassen te gedragen en te doen alsof ze alles aankunnen. Ik nestel me dus behoedzaam naast mijn de erfgenamen in de zetel, fingeer een ongeziene cool en bekijk ‘Ghostbusters’ na al die tijd opnieuw. De snijdende angst van weleer blijft compleet uit door een tsunami van laconieke reacties aan mijn zijde.

Zij: “Gast, wat voor achterlijke CGI’s zijn dat. Massa’s amateuristisch. Phahaha….”
Hij: “En die laserstralen plakken op het decor als wasco’s”
Zij: “Zie je dat flatgebouw? Duidelijk ook decor. Fail!”
Hij: “Zo’n lelijke schmink die ze op heeft. En wat een raar kapsel.”
Zij: “Die pipo zou beter niet roken in de auto. Get a life!!!”

Op den duur kan ik weinig anders doen dan de jeugd bijtreden en mee gniffelen. Zelfs al is ‘Ghostbusters’ waardig ouder geworden, het blijft een product van vervlogen tijden. Van toen telefoons lange draden hadden, roken vet oké was, vrouwen met gekleurde oorringen en lila oversized sweaters rondliepen en venten onverdeeld de macho uithingen. Bill Murray a.k.a. Doctor Venkman doet het in de film ruim anderhalf uur met verve. Bevoordeelt zijn bevallige studente psychologie schaamteloos. Maakt te pas en te onpas avances. Inviteert Sigourney Weaver met een knipoog om haar ‘thuis eens grondig te onderzoeken’.

De Man van Melle komt bij wijze van spreken nog niet aan Venkmans knieën. Maar hé, we hebben toch lol gehad op onze Netflix-avond. Ik besef ondanks een kritische kroost dat ‘Ghostbusters’ ook een geinig tijdsdocument is, waarin het goed het kwade overwint. Waarin de afro-buster in het team gelijkwaardig wordt behandeld en ginnegapt om zijn eigen huidskleur. Waarin zowat alles kan. Bovendien is niks zaliger dan de soundtrack meebrullen – who you gonna call? Ghostbusters! – en als veertiger hysterisch ‘bwueeeeerk!’ roepen wanneer er hopen slijm van het scherm spatten. Zelfs al draaien twee tieners alweer met hun ogen na zo’n reactie.

De kers op de taart: dat de prent na een absurde veldslag op de top van een flatgebouw, eindigt in hopen gesmolten marshmallow. De busters vernietigen de kwade geesten, redden de bewoners van New York en zwaaien ‘macho’ af terwijl de zoete troep overal kleeft. Het houdt allemaal geen steek, maar het oogt komiek en het vrolijkt een druilerige herfstavond moeiteloos op.

Daardoor vis ik tijdens de eindgeneriek gezwind het bodempje popcorn uit de kom op de salontafel en vraag ik mijn medekijkers enthousiast:

“En, wat vonden jullie ervan?”

(stilte)

“Bwah, de soundtrack was wel oké. Next. Staat er nog ergens popcorn in de kast, moeder?”

Bron: www.4vector.com