bene van eeghem blog

John, George en Nana

Het is nat en kil wanneer ik langs de schreeuwerige vitrines in half lege winkelstraten drentel. De gezichten die rondlopen zijn gemaskerd, lichtjes die her en der fonkelen kunnen de latente leegheid niet wegvegen. Kerst is niet meer wat het is geweest. Het gebrek aan sneeuw zit er voor weinig tussen, het rondwaren van ‘tante C’ des te meer. Want zo zijn we dat virus thuis inmiddels gaan noemen. Tante C. Ze is de minst graag geziene gast in de maand december.

De belabberde publieke sfeer ten spijt wurm ik me toch wat winkels binnen om noodzakelijke en feestelijke aankopen te doen. De eerste halte is een Zweedse kledingketen. Dochterlief heeft een extra broek nodig, zoonlief kan een set kousen zonder gaten gebruiken. Ik rommel tussen rekken, ploeter in wanordelijk gevulde bakken. De tierlantijntjes die de nakende Kerst aankondigen, zijn standaard en weinig verrassend. De riedels die weerklinken evenzeer.

Wanneer een extreem melige versie van Lennon en Ono’s ‘Happy Xmas/War is over’ door de luidsprekers knalt, weet ik dat het tijd is om af te rekenen. De legendarische song is danig door de mangel gehaald dat Lennon er zelf moorddadige neigingen aan zou hebben overgehouden. Zoveel wansmaak krijg ik in de weken voor 25 december niet meer verteerd.

Met het essentiële textiel onder de arm – zakken zijn de norm niet meer, meneer, mevrouw – rep ik me na het betalen naar de volgende handelaar, die zoetigheid met een luxueuze toets verkoopt. ‘Hofleverancier’, vermeldt het label aan de ingang. Ik kom hier als gewone sterveling zelden over de vloer en de sokken en broek die ik krampachtig vasthoud, geven me een klungelige aanblik. Maar ach, richting eindejaar zijn we mild voor elkaar. Een tot in de puntjes verzorgd aangeklede verkoopster heet me hartelijk welkom en vraagt glimlachend wat het mag zijn?

Ik wijs onhandig naar de doos met een soort van goudkartonnen deksel. Dat formaat, gevuld met macarons, graag. Daar houdt de vriendin die binnenkort jarig is, heel erg van. Ook zij heeft lak aan tante C en countert de afgevlakte ongezelligheid met wat zottigheid nu en dan. Zoals een goeie fles cava, of een koffieklets met iets duurdere versnaperingen. Dat is haar middelvinger naar de pandemie, en ik doe gretig mee.

De esthetische caloriebommetjes worden door de hofleverancier vakkundig in een stijlvol tasje geschoven – zakjes zijn hier de norm, meneer, mevrouw – en prompt hoor ik de volgende seizoensgebonden oorwurm. De rakkers van Wham! mijmeren over Kerst, alsof George Michael wist dat hij op die dag echt het loodje zou leggen. Hoe sympathiek ik de band destijds ook vond, de muzikale stroop dwingt me weer naar buiten. Dag hofleverancier, dag confiserie. Ik zoek de buitenlucht maar eens op.

Worstelend met aankopen die vooral niet op de grond mogen belanden, struin ik nu verder richting Markt. Ik ontwijk de kraampjes met foute truien en goedkope glühwein. Ik kijk naar de grond, wil zo snel mogelijk veilig thuis raken en niet meer gefolterd worden door melige kerstmelodieën. Trop is te veel, zoals een groot staatsman ooit zei. Terwijl die quote door mijn hoofd flitst, volgt het zwaarste en meest doeltreffende salvo der muzikale wansmaak. De luidsprekers laten Nana Mouskouri op mij en op de stad los. ‘Only love’.

Ik weet dat het geen kerstplaat is. Ik weet dat wat Nana doet (of deed), goed is ‘in zijn genre’. Maar in tijden van besmetting, verplichte muilkorfjes en ver doorgedreven identiteitscontroles, is zij de laatste druppel in een overlopende emmer. Trop is te veel. De onzin en opgelegde fake van het seizoen doen me achter mijn masker zuchten en schaterlachen tegelijk. Ik spurt naar huis, snakkend naar stevige koffie, kitschloze rust en stijlvolle vrijheid. Freedom.

Heeft George Michael daar ook niet eens iets over gezongen?