bene van eeghem blog

Vrijdaggeluk in Gent

Klein geluk. Op sommige dagen valt het een mens in veelvouden te beurt. Op een mooie vrijdag in Gent is het zelfs drie keer raak. Ik heb afgesproken aan de Kouter met een vriend van weleer. We nestelen ons, bijna twee jaar na de laatste ontmoeting, aan een tafel tegenover de boekenwinkel. Hij kiest een cappuccino, ik een latte. Gewone koffie is op sommige plaatsen duidelijk altmodisch geworden: daar verandert een zalige nazomer niets aan.

Wanneer de dienster ons de kopjes voorschotelt, zijn we in een druk gesprek verwikkeld. Werk, gezin, vrije tijd én fikse wandelingen ter versterking van lichaam en geest: alles passeert de revue. Het ingepakte lukje* naast mijn koffie speelt intussen discreet stoorzender. De glanzende folie eist mijn aandacht en geeft me – zoals altijd – zin in zoetigheid. Weerstand bieden lukt maar een minuut. Dan scheur ik de verpakking in één trek open en werk het kleinood naar binnen.

Intussen doet de tafelgenoot enthousiast uit de doeken hoe zijn dagen er na zijn pensioen zullen uitzien: gezellig druk, jawel. Met een brede glimlach grijpt hij nu óók naar zijn koekje, maar de verpakking werkt tegen. Hij trekt aan het ene lipje. Dan aan het andere. Dan nog eens aan het eerste. Wringt aan de folie, draait het ding op hoop van zegen om, maar het mag niet baten. Cookie says no. Ik neem het met de glimlach over en toon hoe je de blister vlot langs één kant wegscheurt: zo. Hop. Koekje landt op tafel.

De kompaan breekt het prompt in tweeën en reikt de helft aan: ‘In ruil voor je hulp. Gedeeld geluk smaakt beter!’.

Ik lach, zeg dat ik mijn portie calorieën al binnen heb, maar plooi uiteindelijk toch voor het aanbod. Hap. Daar gaat het tweede “lukje”: klein geluk, op een terras, op een vrijdag.

Later die dag neem ik de tram naar het station. Een oude man stapt ter hoogte van de ringlaan op. Hij is minstens 85, niet goed te been, beweegt traag. Hij grijpt met moeite naar zijn vervoersbewijs, scant het en houdt zich met beide handen stevig vast als de tram terug vertrekt. Een jongeman die op een stoeltje zit, merkt het en zet zijn koptelefoon af. Of meneer misschien zijn zitplaats wil?

“Mo manneke, zet u ziëre terug neejre”, posteert de senior. “Ge zoudt het niet zeggen, maar ‘k benne kik zo fit gelijk tien bodybuilders! Ik sta wel recht!”

De jongeman is even sprakeloos en schiet dan in de lach. Hij geeft zijn nederlaag democratisch toe, haalt de schouders op en gaat weer zitten. De andere passagiers kijken geamuseerd: wie al acht decennia rondloopt op de wereld en zich nog het aura van 10 atleten aanmeet: die strooit ‘klein geluk’ in veelvouden rond. Ook op de tram, op een vrijdag.

Met het hartverwarmende tafereel nog in het achterhoofd beland ik na de tramrit terug in de stationshal. Het groen-witte logo van de multinational die zeker geen gewone koffie verkoopt, lonkt in mijn ooghoek. Weerstand bieden lukt zelfs geen minuut. Zonder nadenken ga ik binnen en kies een stuk ‘chocolate marble loaf cake’ uit voor onderweg. De prijs is recht evenredig met de poëtische naam. De verkoper schuift de plak feilloos in een zakje, draait zich om en botst in volle vaart tegen een collega die vlakbij stond. Woeps! Zakje valt op de grond. Verkoper zucht. Collega schatert. Waarop de verkoper meteen een stuk onvervalst Vlaams drama ten berde brengt:

“Ik heb een triestige jeugd gehad, mevrouw. Ik kreeg altijd slaag thuis! Ik mocht maar tot mijn 15 jaar naar school! En nu duwen ze mij omver terwijl ik de klanten bedien. ’t Is geen leven!”

Ik ben even perplex maar schiet dan ook in de lach. De klanten achter mij volgen het voorbeeld: klein geluk in een rijtje, in het station, op een vrijdag. Britten noemen zulke momenten priceless. Er valt geen prijs op te kleven. Als je de € 2,75 voor die wreed dure cake toch verrekent, hou je nog steeds een goed gevoel over. En dat is – ondanks de overdaad aan calorieën en toegevoegde suikers – gewoon machtig. Toch?

(* zie ook: https://bit.ly/2MSLhHH)