bene van eeghem blog

Kleinste maat voor u?

Zondagmorgen, Brussel-Zuid. Met een frindin flaneer ik op een van de meest kleurrijke en populairste markten van het land. Hier verbroederen marktkramers met al wat de wereld kopen wil. Kledij, voeding, cosmeticaproducten en prullaria in alle vormen en maten. Er worden even veel talen gesproken als men producten slijt.

Aan één van de textielkraampjes snuisteren we tussen truien, T-shirts en jassen. Op het eerste gezicht lijken ze authentiek. Maar met een arendsoog merk je zo de constructiefoutjes op: een slecht gestikte voering hier, een foute opdruk daar. De verkoper ziet dat we interesse hebben en haalt zijn beste promopraatje boven.

“Vêtements super qualité!”, brult hij. “Product of Italy, dix euro!”

Blijkbaar hebben die Italianen bij de afwerking behoorlijk wat steken laten vallen. De kloof tussen super qualité en de verkoopprijs gaapt. We zien materiaal van het topmerk Hil Figer, truien uit New&York en de sweater van Jack&Jones mist een paar leestekens. We bedekken het amateurisme met de mantel der liefde en slenteren verder. Daarbij struikel ik net niet over een trolley die iemand bruusk achter zich aansleept. Ik kijk naar beneden: mijn tenen zijn nog intact.

De Zuidmarkt is de plek waar er twee richtprijzen bestaan: vijf euro voor een shirt of short, tien voor een trui of jas. Met wat gepingel gaat er iets van het bedrag af. Maar als je aan een kraam met verse kruiden belandt, wordt er anders gehandeld. Een Marokkaanse man op leeftijd heeft munt in de aanbieding. Met een verweerde hand gesticuleert hij: vijf stuks voor één euro. Ik ga op de deal in, maar zeg dat ik aan drie bosjes genoeg heb.

“Encore deux! Un euro pour cinq!”, herhaalt hij vastberaden.
“Niet toegeven, afdingen”, zegt frindin.
“Ik moet er maar drie. Hoeveel?” vraag ik aan de man.

Hij twijfelt en krabt in de haren. Ofwel rekent hij enkel in veelvouden van één, of hij wil de discussie niet aangaan. Ik kies voor de gulden middenweg, pluk 70 cent uit mijn portefeuille en neem drie bosjes mee. Wat later dokkert er weer een trolley over mijn voeten. Ik kijk naar beneden. Er hangen nog steeds tien tenen aan mijn lijf.

Na de kruiden passeren we nog bergen fruit, groenten, vlees en vis. Elke kramer claimt dat de waren vers en van topkwaliteit zijn. De bedrijvigheid is hartverwarmend, het tempo waarin waren verkocht raken indrukwekkend. Intussen stijgt de temperatuur rond het Zuidstation vlot naar de dertig graden. We laveren door een melting pot terwijl het zweet uit alle lichaamsopeningen druipt.

Rond de middag landen we bij het zoveelste textielkraam. Het aanbod lijkt verdacht hard op dat van alle andere standjes. We checken nog wat stukken, maar er is niks dat echt in de smaak valt. Toch wil de verkoper ons niet laten gaan.

“U spreken Nederlands, mevrouw?”
“Absoluut”, grap ik. “En nog drie andere talen ook!”
“Oké, madam, vandaag beha’s in aanbieding.”
“Fijn, maar ik hoef er geen hoor.”
“Kleinste maat voor u, madam?”
(…)
“WADDE???”

Het komt er sneller én luider uit dan ik bedoeld had. Frindin giert het uit. De verkoper schrikt zich een hoedje en rept zich naar de andere kant van zijn kraam. Hij beseft maar half dat hij deze dame per abuis op de tieten heeft getrapt.

Na de farce knalt de zoveelste passant met trolley tegen mijn hele lijf aan. Ik check voor de zekerheid: mijn tenen en benen blijken intact. En de tieten hebben de aanvaring ook overleefd. Volume kan tegen een stootje. Jammer dat ik dát niet aan de marktkramer kon uitleggen.