bene van eeghem blog

De rosse en de pretentiekat

Ze bevolken onze wijk zoals ze dat in elke wijk doen: met velen. De buurtkatten zijn alomtegenwoordig. Nu de dagen gezapig lengen, zie je ze ook vaker. Racend over de straat, van de ene heg naar de andere. Snuffelend aan je-ne-sais-quoi, of doodgewoon genietend in de avondzon.

Eerlijkheidshalve voeg ik eraan toe dat ik geen bijzondere band heb met die beesten. Katten zijn nogal eigengereid en hun klauwen voel ik liever niet spontaan in mijn dijen priemen. Zelfs al heet dat, wanneer zo’n beest op schoot zit, een ‘blijk van affectie’. Maar toch zijn er twee exemplaren in de straat die al een poos met mijn aandacht flirten en die krijgen, elk op hun eigen manier. De rosse en de pretentiekat.

De rosse begint er ’s ochtends voor dag en dauw aan. Als ik het slaapkamergordijn open trek en de typische Vlaamse achterkant der huizen ontwaar, is hij altijd op post. Strak voor zich uit starend, op het golfplaten dak van de garage. Hij houdt de wacht en onze blikken kruisen elkaar. Even houdt hij het kopje scheef, kijkt links en rechts, en verdwijnt dan. Pas ’s avonds keert hij terug, als de zon op datzelfde golfplaten dak schijnt. Hij doet dan iets wat yoga voor gevorderden lijkt. Alle poten en spieren worden gestretcht. De vogels in de bomen minutieus bestudeerd. En dan wandelt hij weg, muisstil, zoals alleen katten dat kunnen.

Ik hou van de rosse. Heus. Maar de pretentiekat is een ander paar mouwen.

Hij is egaal wit, en recenter aangespoeld dan de rosse. Hij is danig arrogant dat zelfs de militaristische buurvrouw er zich ongemakkelijk door gaat voelen. De pretentiekat zie je op elk moment van de dag, en het onbehagen blijft na elke ontmoeting makkelijk een half uur hangen.

De eerste keer was toen ik het gebroed naar school bracht. De pretentiekat zag ons aangestapt komen, en kwam even vastberaden onze richting uit. Hij stopte vlak (ja, vlak) voor mijn voeten en keek omhoog. De blik vertelde iets tussen ‘u loopt op MIJN trottoir, madam’ en ‘wat is uw probleem?’. De volgende move was een haal met de linker voorpoot op mijn schoen. Zonder aanleiding. De kadeeën stonden er stomverbaasd naar te kijken, ik blafte enige krachttermen en het beest wandelde zeer rustig weg. Keek nog twee keer om en verdween, sans gêne.

De tweede keer was toen we van school terugkeerden. De pretentiekat zag ons wederom lopen, en besloot te volgen. Op de hielen. Ik draaide me een paar keer om en gebood het beest om ons gerust te laten. En toen weer die blik, van zijnentwege: ‘u loopt op mijn trottoir, madam’. Hij volgde ons letterlijk tot aan de voordeur en ik kon hem slechts met moeite en artistiek voetenwerk uit de inkomhal weghouden. De kadeeën: in paniek. De kat: totaal niet onder de indruk. En daarna weer weg.

De laatste keer was dit weekend, toen ik met de auto de straat inreed. Langzaam, want we spreken over een zone 30. De pretentiekat zag me naderen en ging ostentatief midden op straat zitten. Keek me recht in de ogen. Onverzettelijk. Ik remde, wachtte even en gaf toen voorzichtig wat gas. De pretentiekat gaf geen kik. Vervolgens: nog wat gas (ik), nog geen beweging (hij). Het spelletje speelden we vier keer, tot hij met zijn snorharen quasi in het verluchtingsrooster van de auto hing. Pas toen rechtte hij rustig de rug, en wandelde op zijn dooie gemakje weg. My state of mind balanceerde tussen gloeiende ergernis en totale verbijstering. Een kat met zoveel pretentie? Zelfs in Knokke-Zoute kunnen ze er nog iets van leren.

Om die laatste confrontatie te verteren, nestelde ik mij diezelfde avond achteraan op mijn – qua oppervlakte verwaarloosbaar – terras in de zon. De rosse had mijn komst geroken en was wederom present. Hij keek me zachtmoedig aan, stretchte wat er te stretchen viel en ging toen rustig zitten. Hield het kopje even scheef, toen weer recht, de blik sprak boekdelen: ‘Maak u geen zorgen, kind. Kleurloze katten verbleken bij mijn aanwezigheid. Steek er geen energie in. Zeg, wilt ge toevallig geen foto van mij maken voor mijn Facebookpagina? We zijn maten, quoi.’

Jup, rosse, we zijn maten. En de foto is graag gemaakt. Tot vanavond.

il gatto