bene van eeghem blog

De derde man

Het uiterlijk is niet alles, placht ons grootmoeder te zeggen. Maar wanneer hij tegenover mij aan het tafeltje komt zitten en zichzelf voorstelt, vergeet ik die wijsheid. Zijn ogen zijn blauwer dan de diepste zee en het blauwste zwerk. Ik verdrink er net niet in. Ik droom instant weg, zie witte stranden, wuivende palmen en hoe hij me een cocktail trakteert terwijl de oceaan op de achtergrond ruist. Ik ruik zonnemelk met een essence van kokos. Op een portatiefje zingt Bob Marley zachtjes: Is this love?

Fast forward. Een paar seconden later is de fantasie wijlen en besef ik dat ik een missie heb: we moeten kennismaken. Dit is een speeddate, hij is de derde man op de lijst en in zeven minuten mag ik discreet polsen naar wie hij is, wat hij doet, waarom hij hier zit. Het principe maakt dat de dame links van mij al een klein halfuur in angstzweet baadt en allergische reacties op haar fond de teint begint te vertonen. Ik bewaar voorlopig mijn cool.

Met een beleefde glimlach stel ik mezelf aan the blue eyes voor. Ik kijk hem recht in de ogen en check of hij hier voor de eerste keer zit. Het antwoord is ja. Of ik hier ook voor de eerste keer zit? Ik zeg eveneens ja. Daarna: de veilige sprong naar job, hobby’s, interesses. De man zegt voorzichtig dat hij eigenlijk geen hobby’s heeft. Geen tijd voor en geen nood aan, verklaart hij. Hij is gelukkig met zijn werk.

Ik luister en praat gemoedelijk verder, zoals journalisten dat tijdens interviews ook doen. Vrij snel vallen de gênante stiltes: twee keer, drie keer. Ik zeg ‘m voor de sport dat ik communicatiewerk doe om den brode. Hij is positief en kritisch: weinig buitenlucht, zo’n job, zegt hij. Ik kan alleen maar knikken en polsen hoe het bij hem zit?

“Ik werk voor de stad”, luidt het. “Eerst was dat bij de groendienst: veel buiten vertoeven, gazons verzorgen, snoeien en wieden. Een zaligheid. Maar een mens wil soms verandering en twee jaar geleden heb ik een nieuwe job gevonden. Ik vang nu ratten.”

Bij dat laatste woord knapt er acuut iets in mijn cool. Ik wil serieus blijven maar het lukt me niet. Ik onderdruk een lach, voel mijn ogen in omvang verdubbelen. Ik denk aan ‘Hamelen’, aan beesten die ik liever niet in mijn buurt zie lopen en aan iemand die dat ongedierte op een of andere vage manier een kopje kleiner maakt, terwijl hij met een jute zak over de schouder loopt.

“Ga je die dan bij mensen thuis vangen?”, wil ik weten.
“Neen, dat is ook buiten. Ik werk nog steeds voor de stad.”
“Waar zitten die ratten dan?”
“Overal: in riolen, reservoirs, straten. En ik moet ze weg doen.”
“Oké.”

Het gesprek blijft pro forma kabbelen, zonder echte hoogtepunten. De man vertelt met bijna aandoenlijke passie verder over het rattenvangersbestaan: rondrijden met een autootje, adressen en locaties checken, de viervoeters opsporen en vallen plaatsen om ze te verschalken. It’s a dirty job, but someone’s gotta do it. Het is best druk, zeker in de zomer, voegt hij eraan toe. Maar de maritieme omgeving maakt veel goed. Waar hij werkt en woont, is er immer zee en daar is de lucht gezond.

Ik treed hem met de glimlach bij: zee maakt veel goed, ja. Daar hoef je niet eens een rattenvanger voor te zijn. Blue eyes krijgt om die reden alsnog een plusje op mijn notitiefiche. Vervolgens recapituleer ik de babbel, kijk op de klok en zie dat we zeven minuten gevuld hebben. De tijd is om.

Terwijl de rattenvanger van me weg stapt, probeer ik me die witte stranden en wuivende palmen van daarnet weer voor de geest halen. Het lukt niet. De oceaan ruist niet meer en Bob Marley hult zich in pijnlijk stilzwijgen. Op mijn tafeltje staat een doodgewoon glas tonic, geen cocktail.

Ik onthoud van de derde man finaal alleen de staalblauwe ogen. Daarnaast: het beeld van iemand die blakend van arbeidsvreugd langs de straten van de Noordzeekust waart, met zak vol dode ratten over de schouder. Hij heeft geen hobby’s. Hij heeft geen interesses. Hij vertoeft gewoon in de buitenlucht en is gelukkig, zonder mij, zonder meer. Spijtig dat ons grootmoeder daar nooit een spreekwoord voor bedacht heeft.

11 antwoorden

Reacties zijn gesloten.