bene van eeghem blog

Bijna kampioen

Hij duikt in het water, gaat helemaal kopje onder en ik hou mijn adem in. Hij zal toch niet… Maar dan voert hij de bewegingen drie à vier keer uit. Armen strekken, plooien, naar de kin en een pijl maken. Vervolgens nog eens ongeveer hetzelfde met zijn benen. Eén sierlijk geheel, tot zijn hoofd boven water komt en hij aan het proesten gaat. Hij spartelt een tikje rommelig naar de kant en wacht op nieuwe instructies van de leraar. Hij kan het bijna.

Aan de rand van het zwembad zit ik er keer op keer naast, met mijn neus in een boek. Mama leest, met een half oog op het bad gericht. Mama denkt: komaan kerel. Mama denkt ook: zelfs al verleer je het nooit, het leren is een helse klus. Zwemmen gaat niet over één nacht ijs.

Die eerste keer sprong hij vol enthousiasme in het nat en ging het prompt mis. Hij kreeg een gulp water binnen, was geschrokken en kwam huilend boven. De les leek een maat voor niets, maar de leraar kon het tij met de glimlach keren. Een aai over zijn bol, hem even moed inspreken en zeggen dat hij het tóch wel goed had gedaan. En of ze nu zouden oefenen, met een plankje en een zwemband?

Hij pruilde. Bandjes zijn voor baby’s, vindt hij, en dus wou hij ze niet meer. Ook dat had de leraar verwacht. De oplossing heette een grote zwemband, voor grote jongens. Wou hij die van Nijntje, of toch liever Spiderman? Hij beet van zich af, trots en lichtjes beledigd zoals alleen een vijfjarige dat kan zijn: ‘Spiderman. Nijntje is voor baby’s’. Of wat had de meester eigenlijk gedacht?

Zo doen ze het nu al week na week, les na les. Met Spiderman om zijn middel en de leraar aan zijn zij gaat hij van kant naar kant. Armen strekken, plooien, naar de kin en een pijl maken. Benen plooien, openen, sluiten. De houterigheid is verleden tijd, maar alles zo ineens én na elkaar doen: dat vindt hij nog best lastig. Hij moet het altijd overdoen. 10 keer. 50 keer. 100 keer. Met engelengeduld herhaalt de leraar: ‘En plooien! En strekken! Pijl! En je voeten mooi onder water houden! Opnieuw! En plooien!’

Soms is er nog een terugval. Dan zit mama aan de kant van het bad en denkt: het is te moeilijk. Hij is er toch niet echt klaar voor, ook al leerde grote zus op haar vijfde zwemmen. En als hij nu maar niet… Maar het lukt. Slag voor slag gaat het beter en leert hij zwemmen. Het plankje hoeft intussen niet meer, de zwemband is nog maar half gevuld met lucht. Hij heeft de eindmeet bijna bereikt, denkt hij. Begint plots verstrooid te doen en luistert niet meer naar wat er wordt gevraagd.

Daarop neemt de leraar hem mee naar het héle grote bad. Extra druk op de schouders van de jonge kampioen. Hier is het echt diep. Hier is een springplank. Hier wordt het serieuze werk afgeleverd en hier moet hij na de zomer zijn brevet zwemmen. Mama ziet het gebeuren en denkt: oh help. Hij is amper een meter groot, het water is drie meter diep. Dat is immens. Dat lukt nooit. Hij zal schrik krijgen en niet meer willen zwemmen.

Maar hij doet het wel, rustig en geconcentreerd, met de half gevulde band. De leraar stapt mee aan zijn zij en ze gaan steeds dieper, tot drie kwart van het bad. Hij beweegt zijn armen perfect. Hij beweegt zijn benen perfect. De stroom aan commando’s, de repetitieve oefeningen: het levert allemaal op. Hij krijgt een pluim van de leraar, en dan keren ze terug naar het begin van het bad. Strekken, plooien, pijl maken. Kin boven water. Hij mag nog twee ‘bommetjes’ springen en dan zit de les erop.

Met blauwe lippen en klappertandend trippelt hij mijn richting uit. Ik sla een handdoek om hem heen, ben stiekem trots als ik de leraar hoor zeggen dat hij écht vooruitgang boekt. Flink gezwommen, voor zo’n kerel van vijf. Hij knikt gedurig, glimlacht en gaat steeds harder klappertanden. Hij is een bijna-zwemmer. Vraagt me tot slot al klapperend of hij nog eens van het glijbaantje mag?

Ik laat hem gaan. Hij vertrekt op zijn buik, armen strak vooruit. Hij gaat helemaal kopje onder. Ik hou weer mijn adem in. Hij zal toch niet… En dan zijn daar de bewegingen. Drie, vier keer. Compleet en perfect, tot het kopje weer boven water komt. Met een brede glimlach.

Bijna zwemmer. Bijna kampioen. Bijna.

Bijna kampîoen