bene van eeghem blog

Vaarwel, verkleinwoordjes

Ik beschouw mezelf eind 2016 als volledig mee met de tijd. Er is een smartphone in huis, we bellen met WhatsApp, zoeken recepten op via een tablet, stofzuigen met een laptop én kijken dvd’s via een vernuftig combisysteem dat ook cd’s leest en als radio fungeert. Swag en hip en zo. Tot dat combisysteem kort voor Kerst de geest geeft en dvd’s spontaan uitspuwt. Merde!

Daardoor sta ik een paar dagen later in de elektrozaak. In een walhalla van USB-stekkers, digitale shizzle en apparaten waarmee je – op servetten plooien na – bijna alles kunt doen, hoop ik de oplossing te vinden: een doodgewone dvd-speler.

Een mand met het vertrouwde rode hemd stapt me tegemoet en polst prompt naar de koopintenties.
‘Kan ik u helpen, mevrouw?’
‘Zeker. Ik heb een nieuwe dvd-speler nodig.’
‘En moet dat een blu ray-spelertje of een gewoon spelertje zijn?’
‘Wel…’

Ik peins even en denk stiekem: geef mij het goedkoopste, astemblieft. Daarna valt mijn oog op een bescheiden exemplaar van Japanse makelij. Ik wijs het ding aan, maar roodhemd zet mij prompt met de voeten op de grond.
‘Dit toestel is HDMI-connectable, mevrouw. Heeft uw tv een HDMI-aansluitingetje? Of een USB-ingangetje?’
‘Wel…’

Het koud zweet breekt me uit. Ik ken geen fluit van techniek. Ik ben geen geek. Ik heb de achterkant van mijn tv niet gecheckt. En ik krijg ook de pleuris van mensen die alles in het klein duiden. Dus ik kaats in stijl terug.
‘Ik weet het niet. Want wij hebben thuis nog een tv’tje met een beeldbuisje en…’

Prompt verdubbelen de ogen van de verkoper in omvang. Ik ontwaar een wijziging in de gelaatskleur en zie hem in gedachten naar een megafoon grijpen, alle spots op volle kracht zetten en voor de hele winkel verkondigen: ‘Dames en heren… we hebben een BEELDBUISKIJKERTJE te pakken! Iemand die nog géén flatscreentje heeft! Een antiquiteitje! Komt dat zien!’

Maar zover komt het niet. Roodhemd blijft correct en stelt de vereiste vragen.
‘Als u een beeldbuis heeft, dan kijkt u DVD met een SCART-kabel?’
‘Neen, met een geel kabeltje. Zo is ons microketentje aan het tv’tje gelinkt en zo…’
‘Oké. Via een audiokabeltje voor de klank. En voor het beeld, hm… Weet u of er nog een SCART-aansluiting vrij is op de tv?’
‘Neen. Ik let nooit op die dingetjes.’

De man glimlacht. Krabt zich achter de oren en heeft mijn tactiek door: hij voelt dat hij een andere richting moet inslaan.
‘Heeft u al eens nieuw toestel overwogen? Een TV, bedoel ik?’
‘Ja, maar er zitten nu niet genoeg centjes in het spaarvarkentje. Maar kan ik thuis mijn toestel checken en u dan alsnog laten weten of een SCART-spelertje lukt?’
‘Uiteraard. Dan maken een bestelbon op. Maar niet te lang wachten, want die dingen gaan binnenkort uit stock.’

Ik neem afscheid met een beleefd ‘oké en mercitjes’. Richting jaareinde gooi ik er nog obligate zeemzoete eindejaarswensen tegenaan: de -tjes stapelen zich op dat het geen naam meer heeft, de man lacht hartelijk. Ik zeg hem dat ik nog wel even filmpjes op mijn laptopje blijf kijken, voor ik tot kopen overga.

Wanneer ik de winkel verlaat en in de auto stap, beslis ik dat het vanaf nu gewoon gedaan moet zijn met de betutteling. Vaarwel, verkleinwoordjes. Ik haal ze uit alle communicatie, uit mijn hoofdje, uit bestelbonnetjes, vragenlijstjes en menukaartjes, uit heel 2017. Tot de dingen weer benoemd worden zoals ze zijn: normaal.

In aanloop naar dat nieuwe jaar wens ik u alvast een deugddoende overgang met champagne (geen bubbeltjes), lekkers (geen hapjes), een aai over uw bol (geen knuffeltjes), stevige zoenen (geen kusjes), boeiende plannen (geen projectjes), fijn nieuws (geen berichtjes), mooie momenten (geen momentjes) en: een uitgebalanceerde portie geluk. Geniet ervan.

Opgedragen aan Patrick Van Gompel, voor zijn strijd tegen de oprukkende ‘horecaziekte’: het overmatig gebruik van diminutieven.