bene van eeghem blog

Glad is beter!

Open deuren intrappen: heerlijk vind ik dat. De open deur van vandaag heet dat vrouwen het niet makkelijk hebben. Ik herhaal: ze hebben het niet makkelijk. Weet u waarom? Niet vanwege de allesverslindende cocktail huishouden, relatie, werk en sociale agenda. Moederen, de man (vrouw) van ons leven pleasen, de keet proper houden, buitenshuis werken en tussendoor geregeld met vrienden op stap gaan, het glas heffen, de wereld ontdekken, aan zelfontplooiing doen? Wij kùnnen dat gedikke. Matriarchaal multitasken zit in onze genen. We fietsen erdoorheen met de ogen dicht. Maar als er één ding is waar we naar mijn gevoel werkelijk te veel tijd mee verliezen, dan wel: haar.

“WTF… haar?”, hoor ik u zeggen. Ja, inderdaad: haar. Biologen kunnen jolig verkondigen dat elk onderdeel van ons lichaam onontbeerlijk en essentieel is. Zonder knieën zou het moeilijk lopen zijn, eten zonder slokdarm zou dik tegenvallen en gesteld dat we geen hart hadden, naja. Dan schreef ik deze blog niet, las u ze niet en stelde het aardse leven hier werkelijk geen bal voor. Dus: alles heb ze nut. Dank u daarvoor, schepping. Maar waarom al dat haar, vraag ik me keer op keer af? Waarom moet dat over ons hele lijf staan?

Het gedeelte op ons hoofd: tot daaraan toe. Het heet bescherming tegen de zon, geeft ons een zekere uitstraling en we kunnen er gedurende ons leven zo’n 350 coupes op uitproberen. 343 ervan zullen niet het gewenste resultaat en een geplunderde bankkaart opleveren. Bovendien is het eerste grijze hoofdhaar voor vrouwen ook een red alert zonder gelijke: metéén naar Kruidvat of kapper om aangepaste cosmetica die ‘grijsdekking’ garanderen.
(even terzijde: deze dame begon te grijzen op haar zestiende. It runs in the family. Dat betekent dat ik al bijna 20 jaar allerhande verven op mijn hoofddak laat smeren. De grijsdekking wordt immer moeilijker, maar ik volhard in de boosheid. 50 tinten grijs: jamais sur ma tête.)

Hoofdhaar kost vrouwen een kapitaal en duizenden uren het te pimpen, in de juiste plooi te leggen, op kleur te houden. Die taak, bovenop het huishouden en de andere shizzle: dààr zit de stress, zeg ik u. Nog frustrerender is bovendien dat haarzorg voor ons het hele vege lijf betreft. Het hoofd is slechts het begin van de misère. Zak af naar de oksels, en we belanden bij een volgende missie. Ofwel kiezen we ervoor om commerciële druk en ideaalbeelden straal te negeren en laten we de boel daar welig tieren. Ofwel investeren we in de volledige kaalslag. Ik ben pro die kaalslag, mocht u twijfelen. Met een breed gamma aan gestroomlijnde epileermesjes en verzachtende lotions scheer ik gemiddeld om de 10 dagen alle stekkerkes onder de armen weg. Het is een klus waar tijd in kruipt en waar enige behendigheid voor vereist is. Nu scoor ik op dat laatste nogal matig en haal ik naast het okselhaar geregeld ook een laagje opperhuid af. Pijnlijk zaak. Daarna moet er minstens 20 minuten bloed gestelpt en schade opgemeten worden. Alweer stress.

Nog verder afzakken en halt houden aan de bikinilijn. Ook! Daar! Hoort! Geen! Haar! Te staan! Scheermessen en verzachtende zalfjes in de aanslag dus, want als we na het scheren in die zone de crèmes zouden laten voor wat ze zijn, heeft de bikinilijn na een etmaal de allures van verschroeide aarde. Dat piekt gelijk zot, dat slaat rood uit en twee dagen later staat het haar er bovendien terug. Pesterijen van de natuur, gewoon.
(nochtans las ik in de bijlage van een kwaliteitskrant ooit dat bikinilijnen slechts een issue zijn sinds de jaren ’70. Daarvoor mocht elke vrouw haar dijen onaangeroerd en ten volle behaard laten wezen. Ik kàn het me niet inbeelden, om eerlijk te zijn. Een bikinibroekje met uitpuilende kroezeligheid ernaast? Zo aan het strand van Oostende gaan liggen? We wonen toch niet op Planet of the Apes?)

Maar goed. Laatste halte na de oksels en de bikinilijn: de benen! Bij vrouwen (en coureurs) horen die eveneens spekglad te zijn. Glad-is-beter. Dat lukt alleen met behulp van wax of mesjes. Bij voorkeur wordt ook die behandeling om de week herhaald, omdat de onderbenen anders op een prille cactussen gaan lijken. In wezen heb ik niks tegen prille cactussen, maar onder een rokje komen die niet zo tot hun recht. En dus is het daar eveneens scheren tegen de sterren op. Om tijd te sparen doet deze dame dat inderhaast onder de douche. ‘Inderhaast’ betekent in mensentaal dat dat epileren soms iets van fileren heeft. Zo kleurde het badwater vorige week weer acuut rood na een ongecontroleerde haal met een mesje ter hoogte van mijn enkel. Gevolg: een petieterige en overdadig bloedende snijwonde onderaan de zijdezachte beentjes. (gelukkig heb ik florerende aandelen bij Gilette én Hansaplast en kon de schade vakkundig verzorgd en afgeplakt worden. Hoeveel tijd dat gekost heeft en hoeveel handdoeken vol bloed ik achteraf mocht wassen: dat zijn uw zaken niet.)

Haar is dus synoniem voor tijdverlies, stress en geld. Punt. Wij vrouwen worden daar ongemeen zwaar mee belast en dat levert immense frustratie én bloedbaden op. Op een donkerblauwe maandag overweeg ik soms om het allemaal overboord te gooien. Het schilderen, het scheren, het smeren: no more! Aanvaard voortaan mijn lichaamshaar, wereld en mannen! Maar net op dat moment kijk ik in de spiegel en zie ik ergens op mijn kin – oh gruwel – een minuscuul zwart haartje opduiken. Aaaargh! En noodkreet! Dat onding kost me voortaan nog een kwartier extra werk per week. Een portie tijdskrediet is in deze context geen overbodige luxe. Ik spreek er mijn baas straks even over aan.