De avond valt als we ter hoogte van de baai halt houden. Dit is een eiland, onooglijk en ongerept in tal van opzichten. De bewoners hebben lak aan het haast-je-rep-je bestaan. Ze leven op de maat van de seizoenen, met het komen en gaan van de golven en met zicht op de eindeloze oceaan.

De zon is net achter de rotsen weggezakt. We parkeren de auto aan de kant van de weg. Sleutel uit het contactslot, slippers in de mulle grond, camera in de aanslag. Wanneer ik om me heen kijk, kruis ik de blik van de gemoedelijke locals. Aan het logootje op de wagen ontwaren ze: dit zijn toeristen. Omdat uitgerekend het toerisme wat indruist tegen de eenvoudige levensstijl van deze plek, besluit ik niet in het wilde weg te fotograferen. Ik glimlach naar nieuwsgierige bankzitters, spot wat mogelijkheden. Een verweerde vissersboot. Gehavende blauwe stoeltjes die deze plek couleur locale geven. Aan de overkant maken een bescheiden wegrestaurant en een aanpalend heiligdom het plaatje compleet. Een meisje dat dollend achter een hijgende boxer aanloopt, belichaamt in alle opzichten de zorgeloze eenvoud van deze plek.

¡Hola!, roept de dame op het bankje me plots vrolijk toe. 70 moet ze zijn, minstens. De rimpels in haar gezicht verraden doorleefde schoonheid. Haar echtgenoot – met obligate pet – knikt beleefd.
¡Hola!, roep ik terug, waarna ik de straat oversteek en me op het terras van het restaurantje nestel. Het is 19.00u voorbij, we kampen met een soort van honger maar de waard geeft te kennen dat de keuken vanavond eilaas gesloten is. Ach, we doen er niet moeilijk over: de dingen zijn hier zoals ze zijn. Twee glazen witte wijn krijgen we wel nog geserveerd. Salud.

Na wat gekeuvel aan tafel – onder reisgenoten zijn gespreksonderwerpen onuitputtelijk – neem ik de camera toch ter hand. Ik maak wat shots vanop afstand, voorzichtig, stap daarna op het meisje af. Ze dartelt rond de boxer, die mij in het vizier krijgt en aangerend komt. De jonge speelvogel roept hem tot de orde. Ik maak één, twee foto’s. Klik. Klik.

¿Ese es tu perro?, probeer ik mijn beste Spaans.
De mi hermano, antwoordt ze. Van haar broer. Ze vertelt erbij dat het beest iets heeft aan zijn neus, het wondje lijkt wat ontstoken, maar verder geen zorgen. Zelf komt ze uit Tenerife, ze is hier op vakantie. En waar komen wij eigenlijk vandaan?
Somos de Bélgica, antwoord ik. Ze staart me met grote ogen aan en schatert: dat is ver! Intussen host de hond onvermoeibaar af en aan. Het meisje toont me nog glinsterende kattenoortjes in haar haar – una diadema – poseert even voor mijn lens en huppelt dan weg.

Het wordt weer stil. Er is amper verkeer langs deze weg en we zijn nog steeds de enige gasten in het restaurantje. Het belendende heiligdom van San Mariano houdt open deur, maar bezoekers zijn er niet te zien. De golven beuken onophoudelijk tegen de kust. Ik maak nog twee foto’s. Restaurante Bohemia – voorgevel – blauwe letters – klik. Ermita de San Mariano – heiligbeeld in een schrijn – houten deurtjes – kanten kleed op een klein altaar – klik.

Alsof de bejaarde bankzitters aan de overkant mijn gedachten kunnen lezen, draai ik 180 graden en stap rustig op hen af. Fotograferen heeft soms iets voyeuristisch, maar ik waag mijn kans:

¿Puedo tomar una foto?
Ze glunderen kamerbreed: ja hoor. Ze rechten de rug. Ik kies de juiste hoek, druk op de ontspanner. Klik. Ze staan erop: een beetje stroef, zonder franje, gewoon zoals ze zijn. Ik toon het beeld op mijn display. Zij glimlacht, hij ook: ¡Muy bien! Gracias!

En waar we vandaan komen, wil ze nog weten? Ik herhaal het voor de sport: somos de Bélgica. Ze zijn onder de indruk, steken een duim op en zeggen nog wat dingen. Het klinkt joviaal en bemoedigend, maar hier schiet mijn talenkennis eilaas tekort. Ik wuif nog even, zeg ook gracias en hasta luego, steek over en keer terug naar het terrastafeltje.

Onder vriendinnen keuvelen we nog wat verder over het verloop van de avond. Eetadresje zoeken: dat zeker. Daarna: uitzakken, luieren, de dag overschouwen en vooral naar de oceaan luisteren. Morgen? Dan zien we wel weer. Somos de Bélgica, maar er is geen haast op El Hierro. Hier moet niks. De golven ruisen. Het gevoel koesteren we voor altijd. In gedachten en – klik klik – dankzij de foto’s, als we straks weer thuis zijn.

(Las Playas, 17/07/2018)